Tot voor kort nog een quasi blinde vlek op de toeristische kaart van Europa, tegenwoordig dé place to be voor de nieuwsgierige wereldreiziger. Hét grote geheim van Albanië? Dat moeten ongetwijfeld z’n prachtige historische steden, majestueuze bergen en oogverblindende stranden zijn. Om nog maar te zwijgen over z’n boeiende geschiedenis. Luxueuze hotels worden er aan een sneltreinvaart uit de grond gestampt en dankzij splinternieuwe autowegen wordt een rondreis door Albanië nu wel heel aanlokkelijk. En het Balkanland is nog eens erg betaalbaar op de koop toe! Nu toch nog…
Inhoudsopgave
Last updated on oktober 29th, 2024
Op rondreis door Albanië
“De laatste doet de deur dicht?” suggereer ik met enige ironie aan de stewardess, die meteen een geforceerde glimlach van karmijnrode lippenstift op haar keurig geschminkte gezicht tevoorschijn tovert en verder mijn voorstel – geheel terecht – negeert. M’n vriendin en ik stapten zonet als hekkensluiters in het blauw-witte vliegtuig van TUI Fly, klaar voor de terugvlucht van Tirana naar Brussel. Terwijl we in het gangpad geduldig wachten om onze plaatsen in te nemen – Albanezen hebben werkelijk alle tijd van de wereld – benadert de stewardess van daarnet ons opnieuw. “Jullie zien er mij precies wel toeristen uit, niet?“ Damn, helemaal ontmaskerd! “Begrijp me niet verkeerd, maar jullie springen er gewoon wat tussenuit. Op dit type vluchten zijn wij namelijk vooral Albanese passagiers gewend”, herpakt ze zich snel.
Tirana is dan ook een erg atypische bestemming voor TUI Fly. Zonnekloppersbestemmingen als Tenerife, Rhodos en Antalya zijn meer hun dada. “Al merken we de laatste tijd wel dat we steeds meer toeristen aan boord van onze Tirana-vluchten mogen verwelkomen”, gaat ze verder. “Is Albanië dan werkelijk zo de moeite?” Wel, heb je even?
1. Tirana: De tintelende hoofdstad van Albanië
Even terug naar het prille begin van onze rondreis door Albanië. Die begon één week eerder met een free walking tour in de Albanese hoofdstad Tirana, de perfecte kennismaking met dit raadselachtige Balkanland. Wil je Albanië en z’n woelige geschiedenis beter leren kennen? Dan moet je hier beginnen. Historische figuren als Skanderbeg en Enver Hoxha tekenden er mee het vaderlandse verleden uit, en niet altijd op een positieve manier. Sinds de val van het communisme in 1991 waagt Albanië zich beetje bij beetje buiten z’n eigen schaduw, terwijl Tirana zich aan een sneltreinvaart ontpopt tot een hippe, moderne stad in Europa, waar je instant van gaat houden.
Lees hier meer over Tirana en het onstuimige verleden van Albanië!



2. Het Albanese boerenleven bij Mrizi i Zanave
“Om te starten serveren we een royaal pallet van koude hapjes om te delen. Als voorgerecht volgt dan een pastaschotel. Het hoofdgerecht bestaat uit traag gegaard lamsvlees en dan volgt er uiteraard ook nog een dessert”, stelt gastvrouw Isabella ons vakkundig het menu van de dag voor. Ik verslik me nog net niet in m’n gratis welkomstdrankje, een heerlijk glas versgeperst granaatappelsap van het huis. Hoe gaan we deze ‘lichte lunch’ in Godsnaam meester maken? Isabella ziet er geen graten in. “Eten zit nu eenmaal in ons Albanees DNA”, verklaart de jonge deerne, “Wij kunnen heus wel wat achter de kiezen duwen.” Daar ben ikzelf nog niet van overtuigd. Enfin, we zien wel hoe ver we geraken. Bring it on!
We zijn aanbeland op de betoverende boerderij van Mrizi i Zanave, ergens op de Albanese boerenbuiten tussen Lezhë en Shkodër, in het noorden van het land. We boffen, want we wisten nog op het nippertje het allerlaatste vrije tafeltje in het restaurant in te pikken. De charmante zaak zit afgeladen vol met koppels, gezinnen en kroostrijke families uit de buurt, die er op hemelse wijze hun zondag komen vieren.
Er heerst een drukte van jewelste. Obers en serveersters lopen af en aan met feestelijk beladen borden, en enkele tafels verderop brengt een tweekoppig orkest met gitaar en viool net een ‘happy birthday to you’ ten gehore. De sfeer is top! En wanneer ik even doorheen de open ramen naar het glooiende landschap buiten tuur, waan ik me zelfs even in Toscane. Op zich niet zo vreemd. Italië ligt hemelsbreed maar een tweehonderdtal kilometer verderop, aan de overzijde van de Adriatische Zee. La bella vita, maar dan in Albanië.





Lunch van de bovenste plank
De lunch bij Mrizi i Zanave is alleszins van de bovenste plank. Als eerste krijgen we een smeuïg reepje witte kaas voorgeschoteld, op een bedje van komkommer en rijkelijk overgoten met olijfolie van het huis. Piekfijn gepresenteerd allemaal, precies of we in een sterrenzaak te gast zijn. En lekker fris van smaak ook. Erna verschijnt er op tafel ook nog een selectie van artisanale hesp, worst en kaas, gevolgd door een plankje byrek – typisch Albanese bladerdeeghapjes, gevuld met kaas, groenten of gehakt – en een bordje met gegrilde groenten. En het blijft precies maar komen! “Alles wat hier op tafel verschijnt, is eigen kweek of komt van de landgoederen in de buurt”, stoeft Isabella met enige trots.
En duur is het er al helemaal niet. We zijn nog geen 10 euro per persoon kwijt, inclusief een glas heerlijke witte huiswijn. Nochtans zou Mrizi i Zanave perfect wat meer kunnen vragen, aangezien de culinaire boerderij sterk aan populariteit wint. Maar daar willen ze hier niets van weten. “Als we door hogere prijzen te vragen lokale klanten als Mark en Taze zouden verliezen, die hier onlangs nog Taze’s 66e verjaardag kwamen vieren, en alleen nog internationale klanten overhouden? Nee bedankt!” klinkt het vastberaden. Het zorgt er alleszins voor dat Mrizi i Zanave een leuke blend is van locals en toeristen die er samen het leven komen vieren.


Van gevangenis naar boerderij
Na de lunch nodigt Isabella ons spontaan uit voor een rondleiding op de boerderij. Ze blijkt overigens vloeiend Frans te spreken, een taal die ze geleerd heeft tijdens haar studies aan de universiteit van Tirana. Ironisch genoeg zette ze zelf wel nog nooit een voet op Franse bodem. Sacre bleu!
Via een door cipressen geflankeerde grindweg wandelen we naar een cluster van gebouwen, op een bescheiden heuvel achter de licht golvende wijngaard. De zon schijnt volop en de hemel kleurt staalblauw, wat het postkaartplaatje alleen maar compleet maakt. Zo idyllisch zag het er hier nochtans niet altijd uit. “Ten tijde van het communistische regime was dit de gevangenis van Fishtë,” onthult Isabella. Wie hier precies kwam vast te zitten? “Iedereen die tegen het regime was”, antwoordt ze rechtuit.
Toen de huidige eigenaar Altin Prenga na een verblijf van 11 jaar in Italië naar zijn heimat Albanië terugkeerde, kocht hij de ganse boel op en toverde de buiten dienst gestelde bajes om in een agrarisch paradijs. De boerderij is uitgerust met de modernste snufjes, maar men produceert er nog steeds hun waren met tonnen respect voor de eeuwenoude tradities. Sinds 2018 vind je er onder meer een kaasmakerij, een wijnmakerij, een rookcabine om worsten en hespen te roken en een keuken waar men zongedroogde tomaten inmaakt en confituur van eigen bodem produceert. Het enige wat hier nu nog in hechtenis zit, is de kaas die in grote houten tonnen ligt te rijpen.






Nieuwe wijnkelder
Maar hét kroonjuweel bij Mrizi i Zanave? Dat is ongetwijfeld de in 2022 opende geopende wijnkelder, onder de binnenplaats van de vierkantshoeve. Hier ligt onder andere de heerlijke rode Gêg Kallmet Superior geduldig in eikenhouten vaten te fermenteren. Van tijd tot tijd organiseert Prenga er ook wijndegustaties. Waag het dus niet om zomaar aan Mrizi i Zanave voorbij te rijden, zonder hier even van het Albanese boerenleven geproefd te hebben!



ⓘ De boerderij van Mrizi i Zanave ligt met de wagen maar een tiental minuutjes van de hoofdweg tussen Tirana en Shkodër af (E851), nabij het dorpje Fishtë. De boerderij is erg populair, zowel bij locals als bij toeristen. Reserveren is dus aanbevolen, wil je er blijven eten. Er is op het erf ook een klein winkeltje, waar je heel wat van de artisanaal gemaakte producten mee huiswaarts kan nemen.
Ook goed om weten: Je kan ook blijven slapen bij Mrizi i Zanave, in het vroegere woonhuis van Prenga’s gootvader. Een absolute aanrader!

3. Theth, het Zwitserland van Albanië
Haarspeldbocht na haarspeldbocht meanderen we in onze ietwat overschatte Jeep Renegade de onberispelijk aangelegde Thorëpas af. Iemand die hier drie jaar geleden eens was, had ons getipt om een robuuste terreinwagen te huren voor een rondreis door Albanië. Kwestie van de Albanese wegen zeker meester te kunnen. Dat lijkt ons op deze bowlingbaan van een asfaltweg wat als met een kanon op een mug schieten. Nu ja, kon de arme man niet weten. De vroegere, hobbelige grindweg naar Theth werd immers pas in 2021 verhard.
Tip: Stop onderweg even bij het fonkelnieuwe restaurant Buni i Bajraktarit en ga er iets drinken. Dit net afgewerkte gebouw bovenop de Thorëpas – een zustervestiging van ons hotel Kulla e Bajraktarit, een stukje terug bergafwaarts – is prachtig opgetrokken uit natuursteen en biedt weergaloze uitzichten over het dramatische berglandschap van de Albanese Alpen.
De schilderachtige bergpas vormt de enige toegangsweg tot het afgelegen dorpje Theth, de toegangspoort tot het gelijknamige Theth National Park. Op de hoogste toppen herinnert de sneeuw nog aan de afgelopen winter. De lente maakt in de Albanese Alpen pas laat in de maand mei z’n intrede. Schrik dus niet wanneer je op de bergpas ineens in een halve meter sneeuw staat. Het desolate Theth zelf ligt in de kom van een onherbergzame vallei en bestaat slechts uit een pittoresk kerkje met errond een dozijn huizen. Vele daarvan herbergen tegenwoordig een guesthouse en zijn erg geliefd bij voornamelijk backpackers.







Hike naar de Grunas-watervallen
We parkeren de wagen aan het (gesloten) bezoekerscentrum van Theth Nationaal Park, gespen onze wandelschoenen aan en vatten de korte hike naar de Grunas-watervallen aan. De wandeling is voorbeeldig aangeduid met rood-witte strepen. We komen onder andere langsheen een kulla, een versterkte torenwoning waar in bloedwraak verwikkelde mensen vroeger onderdoken, uit vrees voor hun leven.
De kanun, de code waar de bloedwraak in beschreven staat, vindt ook vandaag de dag nog steeds toepassing in Albanië. Maar daar zal je als toerist op zich weinig van merken, dus no worries! Knijp misschien juist even een oogje toe wanneer je wat verderop de gammele voetgangersbrug over de kolkende bergrivier oversteekt. Die is niet meteen voor mensen met plankenkoorts weggelegd, want er ontbreken er namelijk een paar. Jawel, ook dit is nog steeds Albanië.
Na zo’n 45 minuten wandelen bereiken we de Grunas-watervallen. Op zich zijn die niet zo bijster spectaculair, maar het landschap van de Albanese Alpen rondom ons is van een haast onbeschrijfelijke schoonheid. De sneeuwwitte bergtoppen van de vele tweeduizenders en de gletsjerblauwe bergrivier die doorheen de diepe vallei stroomt, doet ons eerder in Zwitserland dan in Albanië wanen.







Hike naar de Blue Eye
We keren op onze stappen naar Theth terug en rijden vervolgens met de wagen verder tot het gehucht Nderlysaj, 7 km verderop. Je kan er vanaf de Grunas-watervallen desgewenst ook heen hiken, maar daar zijn wij iets te lui voor. Eerlijk is eerlijk. Je bent dan namelijk meteen voor enkele uren extra zoet. De baan tussen Theth en Nderlysaj ligt er al even smetteloos bij als de bergpas van daarnet. Ook nog maar sinds kort. Het kersverse asfalt lijkt nog maar amper afgekoeld en de vangrails uit aluminium glimmen nog maagdelijk zilver in het zwoele zonlicht.
We laten de wagen achter aan de appelblauwzeegroene poelen van Nderlysaj. Van hieruit start nog een andere, waanzinnig mooie wandelroute: die naar de Blue Eye (Syri i Kaltër). Deze hike van 2 km (enkele richting) is wel van een iets pittiger kaliber dan de vorige. Het rotsachtige pad klimt gestaag naar omhoog, dwars doorheen een smalle kloof, tot we na zo’n 45 minuten wandelen uiteindelijk de Blue Eye bereiken.
De fotogenieke Blue Eye heeft z’n naam alleszins niet gestolen. Een sierlijke waterval van hooguit enkele meters hoog stort zich hier schuimend in een natuurlijk bad van azuurblauw water. Enkele durfals wagen zich even in het ijskoude bergwater, maar gooien al snel weer de handdoek in de ring. Ik denk er zelfs niet aan om een duik te nemen. Om tot bij het water van de Blue Eye zelf te komen is ook enig klauterwerk vereist, over een aaneenschakeling van gammele bruggetjes, trapjes en houten balkonnetjes. Ergens heeft het wel wat weg van Nooitgedachtland, uit het sprookje van Peter Pan. Gelukkig geen krokodillen of een Kapitein Haak te bespeuren hier, maar nooit gedacht dat Albanië zo mooi kon zijn.






Over een oud muilezelpad van Theth naar Valbona
Beschik je over wat meer tijd dan wij en wens je de Albanese Alpen écht te ontdekken? Maak dan je borst nat voor een hike over een oud muilezelpad naar Valbona, aan de overkant van de bergkam. De wandelroute, onderdeel van de veel langere Via Dinarica, is tussen de 16 en 20 km lang (afhankelijk van je begin- en eindpunt) en voert tot op 1800m hoogte. Reken zeker op twee dagen om heen en weer te hiken, met overnachting in Valbona.

4. Berat, de witte stad met 1000 ramen
Met onze huurwagen doorkruisen we nu Albanië helemaal van noord naar zuid. Na ettelijke uren rijden, karren we eindelijk het beminnelijke Berat binnen, een schilderachtige stadje in het bergachtige zuidwesten van Albanië. Berat ligt idyllisch gespreid op beide oevers van de Osumi-river en wordt ook wel eens ‘De Witte Stad’ of ‘De Stad van 1000 ramen’ genoemd. En daarmee is eigenlijk al veel gezegd. Een wirwar van witte huizen in Ottomaanse stijl plakt er als elfenbankjes met vierkante venstertjes tegen de grillige heuvelwand. Ze lijken wel in een doos waspoeder van Dash gevallen te zijn. Zo stralend wit zijn hun gevels.
Berat krijgt de laatste tijd dan ook een flinke opknapbeurt. De pittoreske huizen worden grondig gerestaureerd en sommige worden getransformeerd in charmante B&B’s, terwijl de kronkelende kasseistraten nog maar net keurig heraangelegd werden. De UNESCO-werelderfgoedstad glundert weer als nooit tevoren. Vanop de metalen hangbrug over de Osumi, die beide stadsdelen Gorica en Mangelem met elkaar verbindt, is het zicht op de oude stad alleszins om van te smelten. Zeker met de schattige minaret van de kleine moskee, die sierlijk boven de daken van Berat uittorent.





Klim naar de Citadel van Berat
Ook om van te smelten is de klim naar de Citadel van Berat. De steile Rruga Mihal Komnena is een ware kuitenbijter en doet in dit warme, vochtige lenteweer al m’n zweetklieren in overdrive gaan. De Muur van Geraardsbergen is er niets tegen. Maar de inspanning loont meer dan de moeite. Met de tong op de voeten strompelen we door de oude vestingmuren de oude citadel binnen. Van in de 4e eeuw al pronkt op deze plek een fort. Maar wat je er nu nog ziet, dateert voornamelijk van de 13e eeuw. De tijd lijkt er sindsdien wel stil te staan.
We slenteren verder tot bij het uitkijkpunt waar de bloedrode Albanese vlag met de tweekoppige adelaar fier boven de stad en het dal van de Osumi wappert. Het panorama is er fenomenaal. In de verte ontwaren we de besneeuwde piek van de 2417m hoge berg Tomorr, een heilige plek voor Albanezen waar jaarlijks in augustus heel wat pelgrimstochten heen trekken. Wij houden het vandaag wel gewoon bij de citadel.





5. De boot op in Butrint
Schipper mag ik over varen, ja of neen? Moet ik dan ook geld betalen, ja of neen? “700 lek a.u.b.” vordert de veerman stoïcijns doorheen m’n neergelaten autoraampje. Da’s omgerekend iets van 7 euro, wat beslist niet zo goedkoop is voor een belachelijke overtocht van amper honderd meter. En dit onzeewaardig ponton een ferry noemen is zeker overdreven. Maar we kunnen de boot niet afhouden, willen we niet weer helemaal om het Meer van Butrint omrijden.
We zijn op onze rondreis door Albanië intussen in het uiterst zuidelijke puntje van het land gestrand, vlakbij de populaire badplaats Ksamil. De grens met Griekenland ligt maar een hoest verderop. Dat is er vooral aan te merken op de autoradio, waar onophoudelijk Griekse ‘sirtaki-muziek’ doorheen schalt. En ook Corfu kan je van hieruit haast aanraken. Dit Griekse vakantie-eiland ligt amper 7 km in vogelvlucht van ons verwijderd, aan de overzijde van de Straat van Corfu.
Maar ons staat er nu dus een spannende honderd meter over het Vivari-kanaal te wachten, een natuurlijke waterweg dat de verbinding vormt tussen het Meer van Butrint en de Adriatische Zee. Ietwat angstaanjagend bengelt de neus van onze Jeep over de boeg van het veer en telkens wanneer er achter ons een wagen het pontje oprijdt, veren we als op een wipplank lichtjes de lucht in. Vanuit het bedieningshuisje op de oever horen we dan ineens de aftandse installatie krakend in gang schieten, waarop het pontje via een systeem van strak gespannen kabels stilaan vaart maakt. Volle kracht vooruit!


6. Archeologische site van Butrint
Met droge kleren bereiken we amper twee minuten later de overkant. Hier bevindt zich meteen het volgende doel op onze rondreis door Albanië: de archeologische site van Butrint, feeëriek gelegen op een schiereiland in het gelijknamige meer. Sinds 1992 pronkt de site op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het charmeerde zelfs de Engelse dichter Lord Byron. Hij kwam er in het begin van de 19e eeuw even langs tijdens een reis naar Griekenland.
De Romeinen stichtten hier rond het begin van onze tijdrekening een grote, welvarende stad, op de plek waar eerder een Grieks heiligdom lag. De stad barstte op een gegeven moment zelfs zodanig uit zijn voegen, dat Butrint wel moést expanderen naar de overzijde van het Vivari-kanaal. Over deze waterweg en de vlakte van Vrina verrees bovendien een kilometerslang aquaduct, dat vers drinkwater vanuit de bergen tot in de stad aanvoerde.
Van het aquaduct rest er jammer genoeg niets meer, maar o.a. het Romeins theater en een basiliek uit de 9e eeuw bleven verbazingwekkend goed bewaard. In de 14e eeuw namen de Venetianen dan de fakkel in Butrint over en stampten er op het hoogste punt van het schiereiland een statig kasteel uit de grond, dat eveneens de tand des tijds goed wist te doorstaan. Binnen in het kasteel huist nu een klein archeologisch museum.
ⓘ Toegangstickets voor de archeologische site van Butrint kosten 1000 lek p.p. (± 10 euro) en kunnen ter plaatse aan de kassa aangekocht worden. Er is gratis parking naast de aanlegplaats van het veerpontje. Dat veerpontje heb je trouwens niet per se nodig. Het leek ons gewoon eens leuk om te doen. Wanneer je vanuit Sarandë de baan via Ksamil naar Butrint volgt, komt er ook vlot. Zonder vlot.







7. Porto Palermo: 19e-eeuws fort & bunker voor duikboten
Maak aan de Albanese Rivièra ook even een korte tussenstop aan het rustieke haventje van Porto Palermo, tussen de kustdorpjes Qeparo en Himarë. Hier vind je een idyllisch schiereiland met daarop een fort uit de 19e eeuw, dat je desgewenst ook kan bezoeken. Aan de overzijde van de baai kan je er verder een verlaten duikbootbunker ontwaren, een souvenir uit het communistische tijdperk van dictator Enver Hoxha. Het lijkt wel één of andere geheime basis van de slechterik uit een James Bond-film. De bunker ligt op militair actief terrein en valt jammer genoeg niet te bezoeken, maar je kan hem wel vanaf de hoofdweg SH8 zien liggen.



8. EDM in Dhërmi
Een zacht zeebriesje waait frivool doorheen m’n donkerblonde haren, terwijl ik op het balkon van het splinternieuw La Brisa Boutique Hotel in het ingedommelde Dhërmi sta. Op de achtergrond hoor ik enkel het melodisch ruisen van de ingetogen baren, die het lichtgrijze keienstrand innig strelen. Het dorpje Dhërmi zelf – z’n witte kerktoren met blauwe koepel lijkt zo uit Griekenland weggeplukt te zijn – ligt enkele honderden meters hogerop in het onherbergzame binnenland. In de badplaats is het nu nog tamelijk rustig. Maar niet voor lang meer.
Overal langsheen de recent heraangelegde promenade van Dhërmi timmeren werklui naarstig verder aan de strandbars, want over enkele dagen start officieel het zomerseizoen, hier aan de Albanese Rivièra. De climax van de vakantieperiode ligt ongetwijfeld in september, wanneer drommen EDM-liefhebbers –zatte Britten inclusief, jammer genoeg – naar Dhërmi afzakken voor het ION Festival. Tal van DJ’s laten er dan hun vetste beats doorheen de boxen knallen en doen de Albanese Rivièra een week lang op hun grondvesten daveren.








9. Gjipë Beach, een droomstrand aan de Albanese Rivièra
Om een dansje in Dhërmi te placeren zijn wij dus nog ontiegelijk vroeg, maar onze benen warmen we alvast wat op met een stevige wandeling naar één van de geheime droomstranden langsheen de Albanese Rivièra: Gjipë Beach. Vanaf het zuidelijke uiteinde van de promenade van Dhërmi voert een wandelpad langsheen de ruige kust slingerend hoogte in. Het struikgewas tiert er wel welig en links en rechts tekent een ijverige doorn enkele rode schrammen in m’n vlijtig zwoegende kuiten. Maar de dromerige vergezichten over de tropisch blauwe zee doen de pijn onmiddellijk verzachten.
Theodorisklooster, een bouw van lange adem
Tijdens de wandeltocht van Dhërmi naar Gjipë Beach loop je langs het Grieks-Orthodoxe Theodorisklooster. De bouw van dit kneuterige klooster begon al in de 14e eeuw, maar werd uiteindelijk pas 500 jaar later opgeleverd. In 1946 sloot het communistische regime van Enver Hoxha het klooster en transformeerde het in een militaire Sovjet-basis. Na de val van het communisme kreeg het klooster dan z’n oude functie terug. Naar verluidt zou je het klooster kunnen bezoeken, maar wij stonden jammer genoeg voor een gesloten deur. Again.


“Daar! Daar beneden!” schreeuw ik het niet veel later uit van kinderlijk enthousiasme. Een paar honderd meter onder ons, aan de monding van de diep gapende Gjipëkloof, doemt een goudgele strook strand op die feeëriek overvloeit in het azuurblauw van de Ionische Zee. Het strand van Gjipë is nu niet veraf meer. Via het steile, best wel uitdagende bergpad, dalen we voetje voor voetje af naar het fijne kiezelstrand. Een mooiere plek om onze rondreis door Albanië af te sluiten, konden we ons niet inbeelden. En druk is het er al helemaal niet, hooguit enkele families. Niet moeilijk, daar Gjipë Beach meesterlijk goed verborgen ligt tussen Dhërmi en Himarë. Ik zou zeggen: niet teveel doorvertellen dus! Of nee wacht, misschien nog een beter idee: rep je er gewoon zelf snel eens heen! Want het zal ongetwijfeld niet lang meer duren vooraleer iedereen in de ban van Albanië raakt.
ⓘ Gjipë Beach kan je te voet bereiken langsheen een kustpad vanuit Dhërmi (4,3 km / 1,5u). In het zomerseizoen varen er vanuit Dhërmi ook excursieboten naar dit verborgen strand (vaartijd: 20 min.). Kom je met de wagen? Sla dan op de hoofdweg SH8 tussen Dhërmi en Vuno de geasfalteerde weg richting het Theodorisklooster in. Vlakbij het klooster is er een parking, vanwaar het evenwel nog een half uur stappen is tot op het strand. Op het strand is er een bescheiden beach bar waar je drankjes en snacks kan verkrijgen.


Koffers pakken en wegwezen
1. Hoe naar Albanië reizen?
Wij vlogen rechtstreeks van Brussel naar Tirana met TUI Fly (tickets vanaf € 59,99). Deze vluchten maken wel vaak een tussenlanding in Corfu of Pristina. Je blijft in dat geval gewoon aan boord van het vliegtuig.


2. Met de wagen op rondreis door Albanië
Wij huurden in enkele simpele klikken een wagen via Sunny Cars. Bij hen zitten steeds alle verzekeringen inbegrepen en kom je ter plaatse niet voor verrassingen te staan, in geval van problemen. Een terreinwagen is absoluut niet nodig voor een rondreis in Albanië. Een gewone wagen volstaat dus. Al raden we je wel aan om voor een iets ruimere wagen te gaan, aangezien de rittijden nogal erg lang kunnen zijn.
De Albanese wegen liggen er over het algemeen onberispelijk bij, al moet je links en rechts wel nog wat putten in het wegdek zien te ontwijken. Bestaande wegen worden er wel aan een sneltempo vernieuwd en er komen ieder jaar ook nieuwe autosnelwegen bij. In de zomer van 2024 opent bovendien de 6 km lange Llogaratunnel tussen Vlorë en Dhërmi, wat de reistijd tussen Tirana en de Albanese Rivièra aanzienlijk zal doen inkorten.
→ Meer praktische informatie over reizen naar en in Albanië vind je hier terug.


3. Waar overnachten in Albanië?
Hotel Elisa Tirana, Affiliated by Meliá in Tirana
Het moderne viersterrenhotel Elisa Tirana, Affiliated by Meliá, opende z’n deuren nog maar in 2022. Unique selling point van dit splinternieuwe boetiekhotel in Tirana is de wondermooie wellness op de kelderverdieping van het hotel en het voortreffelijk restaurant. Het centrale Skanderbegplein ligt maar op een kwartiertje stappen van het hotel.










Mrizi i Zanave Agroturizëm
Wij waren initieel van plan om bij Mrizi i Zanave Agroturizëm een nachtje te blijven slapen, maar op het moment van boeking zag ik net de laatste kamer onder mijn neus wegglippen. Spijtig, want de prachtig gerestaureerde guesthouse – het vroegere huis van Prenga’s grootvader, en letterlijk met een hoek af – nodigt nochtans sterk uit om er één of twee nachtjes te blijven slapen. Zeker doen, mocht je dus de kans hebben!


Kulla e Bajraktarit in de Albanese Alpen
Het vrij recente viersterrenhotel Kulla e Bajraktarit kent een desolate ligging in de Albanese Alpen, langsheen de SH21-weg naar Theth, vlak voordat je het meest pittige deel van de bergpas aanvangt. Reken vanaf het hotel nog op een uurtje zigzaggen tot Theth en zijn nationaal park. Een perfecte keuze indien je al veel kilometers met de wagen achter de kiezen hebt en je de oversteek van de bergpas niet meer ziet zitten.
Hoewel het hotel er langs buiten vrij luxueus uitziet, zijn de kamers betrekkelijk eenvoudig ingericht . Toch beschik je er over alle nodige comfort tegen een – naar westerse normen – erg scherpe prijs. In het hotel vind je bovendien een mooi binnenzwembad, een Finse sauna en een Turks stoombad. ’s Avonds kan je in het Oostenrijks aandoende restaurant dan proeven van typisch Albanese gerechten.








Guesthouse in Theth
Als alternatief kan je ook kiezen voor één van de guesthouses in het dorpje Theth zelf, waar er wat meer een ‘backpackers-sfeertje’ hangt. Van hieruit kan je ook al meteen enkele mooie bergwandelingen starten, zonder eerst nog de auto te moeten nemen.
Enkele leuke guesthouses in Theth zijn onder meer Bujtina Tinari en Logu i Harushave.


Atelier Boutique Hotel in Shkodër
Op zich heeft de Noord-Albanese stad Shkodër niet zoveel te bieden om er lang te verblijven. Wil je er toch een nachtje blijven slapen, zoals wij dat deden? Dan is het Atelier Boutique Hotel wel een fijn logeeradresje, pal in het centrum van Shkodër, met tal van restaurants en cafés om de hoek. Slechts 3 kamers, herbergt dit historische pand met z’n krakend parket. Wij boekten er voor een habbekrats de ruime ‘Suite with Hot Tub’. Leuk en gezellig, dat wel, maar één nachtje ter plekke is er meer dan voldoende.
Ook goed om weten: Het hotel beschikt niet over een privéparking. Parkeren kan wel gratis in de omliggende straten. Atelier Boutique Hotel beschikt over een Italiaans geïnspireerd restaurant voor lunch en diner. Het ontbijt wordt à-la-carte geserveerd bij de buren van restaurant Manufaktura.







Kris Guest House & Hotel Onufri in Berat
Reis je van het noorden van Albanië naar de Albanese Rivièra in het zuiden? Bereid je dan voor op een ellenlange autorit. Neem in dat geval misschien een extra overnachting in Berat in beraad. Hier heb je wel enkele leuke opties. Binnen de muren van de citadel kan je zo blijven logeren in het kleinschalige Kris Guest House. Of ga in de benedenstad naar bed in het viersterrenhotel Onufri, dat met z’n typische Ottomaanse stijl perfect gecamoufleerd ligt in het historische stadsbeeld.

La Brisa Boutique Hotel in Dhërmi
De verf in La Brisa Boutique Hotel rook nog kakelvers tijdens ons verblijf, zo nieuw is dit moderne boetiekhotel aan het strand van Dhërmi, aan de Albanese Rivièra. Het interieur is hedendaags ingericht in boho-stijl en op het dak vind je een oogverblindend overloopzwembad met zicht op de Ionische Zee. Er is ook een smakelijk restaurant en om het knusse keienstrand te bereiken, hoef je enkel maar de verkeersvrije promenade over te slenteren.
Op het strand stelt La Brisa Boutique Hotel ligzetels ter beschikking van z’n gasten. Verder vind je er ook de trendy beach bar van het hotel, waar je niet alleen van lekkere cocktails kan proeven, maar ’s avonds ook de sprookjesachtige zonsondergang boven zee kan bewonderen.
Tip: Neem voor een kleine meerprijs een kamer met balkon en frontaal zeezicht, kwestie van je rondreis door Albanië in schoonheid af te sluiten.












Overzichtskaart
Ontdek meer van Op Congé met Xavier
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

0 reacties op “In de ban van Albanië: Op rondreis in Europa’s best bewaarde geheim”