Het Kruger National Park is ongetwijfeld één van de beste plekken in Zuid-Afrika voor een bloedstollende safari, op zoek naar de Big Five. De kans dat je ze hier tegen het lijf loopt, is groot. En dat lopen mag je in ons geval wel letterlijk nemen. Wij gingen namelijk niet alleen rijden in het Krugerpark, maar ook… wandelen! Of we ons daarbij niet teveel in het hol van de leeuw waagden? Wel, snel eens zien of ik het je nog kan navertellen.
Inhoudsopgave
Last updated on mei 28th, 2025
Op Safari in het Kruger National Park
Krrrrrt. Met een gezwinde ruk spant ranger Vusi de handrem van de Toyota Land Cruiser aan en temt de motor tot stilstand. Al fluitend stapt hij uit, klapt vanuit de neus van de wagen een geïmproviseerd tafeltje tevoorschijn en dekt die vervolgens als een volleerde maître d’hôtel in met een hagelwit tafelkleed. In de safari-jeep gapen we hem met z’n zessen verbaasd aan, want vlak achter ons steekt net een in onze ogen bloeddorstige hyena de zandweg over. We proberen Vusi nog te waarschuwen, maar hij lijkt niet erg onder de indruk. “Weet ik wel”, antwoordt hij stoïcijns, terwijl hij de citroen voor de gin-tonic aansnijdt.
Het boeit de hyena evenmin. Het roofdier laat ons verder gewoon met rust en verdwijnt al snel weer met de noorderzon. Werkelijk in the middle of nowhere, staan we hier geparkeerd, ergens ik-weet-niet-waar in het 12 hectare grote domein van Rhino Post Safari Lodge, ons luxueus verblijf in het Kruger National Park.


1. Rhino Post Safari Lodge
Daar waar andere lodges vaak hoog boven het maaiveld uitkijken, vertoef je bij Rhino Post Safari Lodge werkelijk pal in de wildernis van het Kruger National Park. Uitstekend dus om de wilde beesten niet alleen tijdens een game drive van dichtbij te spotten, maar ook gewoon vanuit je rustiek ingerichte villa, terwijl je een verkwikkend bad neemt bijvoorbeeld. Of vanop het houten terras naast de fraaie bar en bibliotheek van de lodge. De lodge zelf telt amper acht luxueuze villa’s op palen, in een rijtje langsheen de verschrompelde bedding van de Mutlumuvi-rivier. Af en toe zie je er wel eens een olifant voorbij paraderen. Schrik dus niet wanneer je naast de voordeur van je villa ineens een joekel van een drol aantreft.
Het domein van Rhino Post Safari Lodge is dan ook totaal niet omheind. De Big Five en consoorten krijgen er dus vrij spel. Maar geen schrik! Eens het donker is, begeleidt een ranger je steeds naar je kamer, zodat je absoluut niets kan overkomen. Gewoon de ramen en deuren van je kamer dicht houden. Vooral ook voor de grijpgrage vervetaapjes, die anders maar al te graag met je hebben en houden gaan lopen.






2. Borrelen in de bush
En dan ineens een luide knal! Het is Vusi die net een fles wijn ontkurkt, een heerlijke blanc de blanc uit het Kaapse Wynland. “Wel, komen jullie nog?” smeekt hij vol ongeduld. We aarzelen even. “Vertrouw me, er kan heus niets gebeuren”, moedigt de vader van vier ons vastberaden aan. Uiteindelijk is hij zijn leven ook nog niet beu, dus moéten we hem wel vertrouwen. Met enigszins knikkende knieën strompelen we het voertuig uit en heffen niet veel later het glas op wat een geslaagde safari mag worden. Best wel leuk eigenlijk, zo eens borrelen in de bush. Binnenkort mogen ze hier in het Kruger National Park trouwens nog vaker feestelijk klinken. In 2026 viert het grootste wildreservaat van Zuid-Afrika namelijk z’n honderdste verjaardag.


“Zie je dit hier?” trekt Vusi onze aandacht, terwijl hij naar de berm naast de weg wijst. “Tot hier loopt het territorium van Rhino Post Safari Lodge. Het gebied erachter hoort bij het Sabi Sands Game Reserve. Nu is die grens zo goed als onzichtbaar, maar vroeger stond hier een ondoordringbare omheining. Tot in 1994. In dat jaar verdwenen de hekkens grotendeels in en ook rond het Krugerpark, op initiatief van Nelson Mandela.” Mandela was de eerste zwarte president van Zuid-Afrika en maakte eerder dat jaar ook een einde aan het felomstreden apartheidsregime. “Als mensen van vrijheid mogen proeven, dan verdienen dieren dat ook”, was toen zijn motivatie. En zo geschiedde…
In 2003 ging uiteindelijk ook het hek op de grens tussen Zuid-Afrika, Mozambique en Zimbabwe op de schop, waardoor het Kruger National Park samen met het Gonarezhou National Park in Zimbabwe en het Limpopo National Park in Mozambique samensmolt tot één gigantisch, grensoverschrijdend natuurreservaat, meteen ook het grootste ter wereld: het Great Limpopo Transfrontier Park.


3. Eerste ontmoeting met de Big Five
Eens de glazen leeg, zetten we onze game drive doorheen het Krugerpark verder. Intussen begint de wegkwijnende zon zich stilaan over te geven aan de aantrekkingskracht van de horizon. Perfect, want samen met zonsopgang vormt de zonsondergang het ideale moment van de dag om wilde dieren – en dus ook de Big Five – te spotten. Overdag zoeken ze beschutting tegen de verzengende hitte en valt er niet veel leven in de savanne te bespeuren.
En we hebben meteen prijs! Als eerste van de Big Five ontmoeten we een kudde olifanten die net aan een smeuïge modderpoel verzamelt voor een schoonheidsbehandeling. Deze grijze reuzen ontmoet je hier wel vaker. Ze zijn dan ook met zo’n 31.000 in het Kruger National Park. Wat verderop kruist ook nog een buffel zonder verpinken de weg. Yes, nummer twee is in the pocket!
Maar pas écht interessant wordt het wanneer we wat verderop een half dozijn voertuigen zien samentroepen. Daar valt duidelijk iets te beleven! En ja hoor, op enkele tientallen meters van de weg ligt onder het bladerdek een troep leeuwinnen te luieren, samen met hun knuffelbare welpen. Vusi wringt zich met de safari-jeep tussen de andere wagens en legt snel de motor stil. Rondom ons alleen nog maar het geklik van fototoestellen. 3 op 5! Een meer dan geslaagde eerste avond in het Kruger National Park!




4. De keizer van Kruger
De leeuwinnen laten zichzelf en hun kroost gewillig fotograferen als echte filmsterren. Er hangt een serene sfeer, tot een uitgelaten stem doorheen de boordradio van onze terreinwagen abrupt de stilte doorbreekt. Vusi vist meteen z’n verrekijker terug binnen, jaagt de motor in gang en plankt Michael Schumacher-gewijs het gaspedaal in. Terwijl de safari-paparazzi in de andere wagens verbijsterd achterblijven, staat ons namelijk een heel mooie verrassing te wachten.
En ja hoor, beste lezers, daar is hij dan! De keizer van Kruger, de King of Africa in hoogsteigen persoon. Als een echte macho paradeert een ijdele mannetjesleeuw trots over de straat, als ware het asfalt een rode loper. Z’n forse voorpoten raken stoer het wegdek op het ritme van een dodenmars, terwijl z’n wilde manen vrolijk op en neer dansen. Ik krijg er spontaan kippenvel van. Stap voor stap sluipt de ster van de savanne dichter bij onze wagen. Of we ons nu niet beter uit de voeten maken, Vusi? “De dieren zien de terreinwagen en z’n passagiers als een onbeduidend voorwerp. Zolang je alle lichaamsdelen mooi binnen het voertuig houdt, zullen ze je niets doen.” Snel m’n arm binnentrekken dan maar.
Wanneer de leeuw op nog geen twee meter afstand van ons de wagen passeert, kijkt Mufassa mij een fractie van een seconde recht in de ogen. Z’n doordringende blik bezorgt me meteen ijskoude rillingen. Lijkt mij geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Gelukkig wendt hij al snel zijn blik weer af en gaat verder met de orde van de dag: zijn territorium afbakenen. De Sherlock Holmes in Vusi beslist om de leeuw nog even te schaduwen. Aan een slakkentempo zetten we de wilde achtervolging in. We genieten met volle teugen van het mooie moment. Precies alsof we naar een natuurdocumentaire van National Geographic kijken, maar dan in ’t echt.


5. Rhino Walking Safaris
5u30 in de morgen. De goudgele zon begint traag maar gestaag aan zijn lange klim naar het zenit. Over de omliggende velden zweeft wat mystieke ochtendmist. Ik zou er mij zo de intro van de Leeuwenkoning bij kunnen inbeelden, maar de natuurlijke geluiden van de ontwakende savanne, met z’n tjirpende krekels, zijn gewoonweg niet te overtreffen. Met een groepje van negen slenteren we in een lange sliert achter elkaar het betoverende Plains Camp van Rhino Walking Safaris buiten. Jawel, je leest het goed: te voet! De jeep laten we vandaag gewoon op stal. Op kop van de ‘polonaise’ met avonturiers lopen onze toegewijde rangers Darryl en Amos, allebei met een glimmend geweer over de schouder. Voor het geval dat…



6. Glamping in het Plains Camp
Het Plains Camp is een afgelegen tentenkamp dat ons de dag voordien nog een stuk dieper in het Kruger National Park bracht. Niet zomaar een ordinaire camping, maar een exclusief safarikamp met slechts vier koloniaal ingerichte tenten die over alle nodige comfort beschikken. Glamping, zoals dat dan heet. Maar wat voor een glamping!
Het ontbijt, de lunch en de high tea gaan telkens door in de BOMA, wat staat voor ‘British Officers Mess Area’, een term uit de kolonisatieperiode. De tent uit canvas is prachtig ingericht met antiek meubilair en een beeldig schilderij – met daarop twee wilde honden afgebeeld – siert één van de muren. Er is verder ook een knus salon en een groot houten terras, waar je ’s avonds heerlijk naar de sterren kan turen rond het knetterende houtvuur. O ja, goed om weten misschien: Enkel een fijne elektriciteitsdraad beschermt het kamp tegen mogelijke indringers. “Voldoende om de olifanten buiten te houden”, volgens Darryl. Wel, dat stelt gerust.






7. Geboren en getogen in Kruger
Terug naar de wandelsafari dan. “Mochten we onderweg ongewenst bezoek krijgen, zet het dan zeker niet op een lopen”, waarschuwt de guitige Darryl ons. “In dat geval zien ze je als een potentiële prooi. En wees gerust: alles in de bush is sneller dan jou”, grinnikt hij met enig sarcasme. Met z’n hemelsblauwe ogen, Venetiaans blonde haardos en licht verbrande huid lijkt Darryl misschien niet meteen het stereotiep van een Afrikaan, toch woont hij al z’n hele leven in het Kruger National Park en kent de Big Five dan ook al van toen hij in de pampers zat.
Al tien jaar oefent Darryl met veel passie de droomjob van ranger uit. Hoeveel keer hij in zijn tienjarige carrière zijn geweer al heeft afgevuurd? “Eén keer, maar daar wil ik het liever niet over hebben”, wimpelt hij de vraag ietwat blozend af. Maar de kans dat we tijdens deze wilde wandeltocht dieren tegen het lijf lopen, is eerder klein. Zij hebben meer schrik van ons, dan wij van hen. Ze zijn dan meestal ook al lang ribbedebie eer wij er aankomen. Of misschien toch niet allemaal?
Tip: Je kan Darryl op Instagram vinden onder de naam rugged_ranger, mocht je z’n wilde avonturen willen volgen.
Wanneer we door het mulle zand van een opgedroogde rivier ploeteren, doet Darryl ineens teken om te stoppen. Hij ruikt onraad. Darryl kent de bush werkelijk als geen één. Met het geweer in de aanslag sluipt hij voorzichtig de berm op om te checken of de kust veilig is. Het antwoord? Wel, ja en neen. Hij wenkt ons dichterbij. “Daar, in die boom!” fluistert hij. Een luipaard, luierend op een tak op nog geen vijftig meter van ons. Het vierde lid van de Big Five kunnen we bij deze ook van onze checklist afvinken.
Ik voel mij uitgelaten en nerveus tegelijkertijd. Wat als deze uit de kluiten gewassen poes ineens beslist om naar beneden te komen? “Wees gerust, wij staan niet op zijn menukaart”, sust Darryl. “Zo lang we niet in haar personal space binnendringen, zal ze ons niets doen. Het is voor mij alleszins wel de eerste keer tijdens een wandelsafari dat ik van zo dichtbij een luipaard zie”, mompelt hij enthousiast, terwijl hij zijn verrekijker tegen z’n roodharige oogkassen aandrukt en het atletische figuur van het roofdier ongegeneerd begluurt.



8. Verstijfde billen
Buiten wat wildebees, die de ondeugende Darryl speels opjaagt, lopen we niet veel wild meer tegen het lijf. Op een open plek houden we even halt voor een korte pauze. Er hangt een ontspannen sfeer in de groep. De jolige Darryl brouwt de ene flauwe grap na de andere, tot zijn immer vrolijke gezicht ineens vertrekt in pure ernst. “ALLEMAAL ZITTEN! NU!” beveelt hij plots. Ik verslik me nog net niet in m’n vroegtijdig vieruurtje. Niet echt wetende wat er precies gebeurt, ploffen we ons gehoorzaam neer op een dode boomstronk.
“Er zit hier ergens een leeuw”, beweert hij, precies alsof hij een griezelverhaal voor het slapengaan aanvangt. Maar Darryl is bloedserieus. Wat hem precies dat vermoeden schenkt? “In de bush ‘praten’ de dieren met elkaar. Wanneer er een roofdier nadert, waarschuwen de vogels en apen de anderen dat er gevaar dreigt”, legt hij uit. Een soort van natuurlijk luchtalarm dus.
“Kom, we gaan hem zoeken”, stelt Darryl vastberaden voor. De groep kijkt hem onthutst aan. Waarom zouden we in Godsnaam het gevaar opzoeken? Maar we hebben geen keuze. Darryl zijn besluit staat vast. Als makke lammetjes lopen we achter hem aan. M’n verstijfde billen plakken tegen elkaar van het angstzweet en de adrenaline giert door m’n lijf alsof ik net tien pakken sigaretten opgerookt heb. Maar eerlijk? Stiekem hoop ik dat we hem toch zullen zien. Spannend!
Darryl draait zich nog even om: “Stel dat we de leeuw vinden: Het zou goed kunnen dat hij op ons afstormt, vlak voor je tot stilstand komt en je vervolgens de huid vol brult. Je zal gegarandeerd in je broek schijten en nog nooit zo hard achter je moeder gesmeekt hebben”, verzekert hij ons ietwat angstaanjagend. Stilte in de groep. “Maar je overleeft het heus wel”, glimlacht hij.


9. Walk in the park
Dat het geen walk in the park ging worden, wist ik op voorhand. Maar deze plottwist had ik nu ook niet zien aankomen. Al is Darryl er vrij gerust in. En hij spreekt uit ervaring, want zelf stond hij al 16 keer oog in oog met een brullende leeuw. En uiteindelijk kan hij het nog steeds navertellen. De leeuw zullen we spijtig genoeg niet te zien krijgen. Hooguit een lugubere schedel van een gesneuvelde buffel die twee weken eerder wél die eer en het genoegen had.
Stilaan krijgen we het Plains Camp opnieuw in het vizier. Opluchting alom in de groep. We hebben het gehaald! Al tempert Darryl de vreugde nog heel even: “De laatste honderd meter naar het kamp zijn eigenlijk nog de gevaarlijkste van al. Dit is het punt waar de discipline in de groep vaak wat begint weg te ebben, terwijl het gevaar hier nog steeds achter ieder struikje loert.” Maar ook die laatste horde doorstaan we met glans. Zonder kleerscheuren bereiken we terug het Plains Camp en kunnen we in de BOMA meteen aanschuiven voor een sterkend ontbijt. Het enige wat hier deze ochtend opgepeuzeld wordt, zijn de knapperige pistolets op tafel en een versbereid omelet. Dat kan ik je alleszins wél navertellen.
Lees hier het vervolg van onze rondreis door Zuid-Afrika, waarbij we met de wagen de adembenemende Panoramaroute verkennen.
Koffers pakken en wegwezen
1. Hoe naar Kruger National Park reizen?
Wij vlogen eerst rechtstreeks van Brussel naar Johannesburg met Air Belgium. Deze luchtvaartmaatschappij besliste begin oktober 2023 om niet langer passagiersvluchten aan te bieden. Sindsdien zijn er jammer genoeg geen rechtstreekse vluchten meer tussen België en Zuid-Afrika. Je dient nu dus minstens één keer over te stappen. Er bestaan wél nog rechtstreekse vluchten van Amsterdam naar Johannesburg, met KLM.
Van Johannesburg vlogen wij vervolgens met Airlink in een uurtje tijd verder naar Skukuza, de enige luchthaven die in het Kruger National Park zelf ligt. Skukuza Airport is trouwens één van de mooiste luchthavens waar ik ooit geland ben. Deze kleinschalige luchthaven is opgetrokken in een typisch Afrikaanse stijl en heeft zelf heel wat weg van een safarilodge. De ‘lobby’ is prachtig uitgedost met charmant meubilair en voor de ingang van de luchthaven waakt een beeld van een neushoorn. Zo hebben we toch nog de ganse club van de Big Five gezien, ook al is de neushoorn niet echt.




2. Vervoer ter plaatse
Rhino Post Safari Lodge regelt de transfer van de luchthaven naar de logde (en terug), een rit van zo’n 45 minuten. Een lokale vertegenwoordiger wacht je op in de aankomsthal van de luchthaven, doorloopt het nodige papierwerk met je en begeleidt je tot bij de wagen. Zodra je het luchthavendomein nog maar verlaat, zie je de eerste olifanten, giraffen en koedoes instant al aan je autoraam verschijnen. Let the games begin!
Je kan ook zelf met een huurwagen tot aan de lodge rijden, al valt dit niet meteen aan te raden, vanwege de slechte staat van de weg erheen. Tenzij je voor een 4×4 opteert. Avis is het enige autoverhuurbedrijf met een kantoor op de luchthaven van Skukuza.
3. Game drives
De game drives ter plaatse gebeuren met terreinwagens van de lodge zelf. Je mag ook perfect zelf met de (huur)wagen doorheen het Kruger National Park rondcruisen, maar samen met een ervaren ranger op stap gaan, biedt toch heel wat meer voordelen. Je hebt een grotere kans om dieren te zien – de rangers staan met elkaar in contact via de radio – en je geniet ook nog eens van heel wat deskundige uitleg over de fauna en flora in het park.
Het Plains Camp van Rhino Walking Safaris is helemaal niet per auto bereikbaar. Je wordt in dit geval met een 4×4 opgepikt aan Rhino Post Safari Lodge. Deze transfer duurt ongeveer een half uur.


Meer info over deze reis?
rhinopostsafarilodge.co.za / rws.co.za
Tip: Wil je deze reis liever niet zelf ineen steken? Schenk je vertrouwen dan aan de specialisten van Atelier Africa Safaris en vertrek zorgeloos op safari naar Zuid-Afrika en Eswatini.
Overzichtskaart
Deze reis kwam tot stand dankzij Atelier Africa Safaris

Ontdek meer van Op Congé met Xavier
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

👍