Saoedi-Arabië geldt ongetwijfeld als één van de best bewaarde geheimen van het Midden-Oosten. Pas in 2019 opende deze smoorrijke oliestaat z’n deuren voor toeristen – en dan moest COVID nog komen. Wie er nu heen reist, voelt er zich ietwat een ontdekkingsreiziger. Je aanschouwt er als één van de allereersten een land vol eeuwenoude tradities en torenhoge ambities, om nog maar te zwijgen over z’n vele UNESCO-werelderfgoedsites. Tijdens onze rondreis door Saoedi-Arabië voelden wij er ons alleszins ware pioniers. As-Salaam-Alaikum, welkom!
Inhoudsopgave
Last updated on november 24th, 2025
Nu de vraag naar olie stilaan tempert, zoekt Saoedi-Arabië meer en meer z’n heil in het toerisme. In ijltempo worden historische sites en steden keurig opgeknapt en worden tal van surrealistische projecten uit de woestijnbodem gestampt. Ze zien het hier dan ook groots. Tegen 2030 moeten er maar liefst 150 miljoen toeristen per jaar het land bezoeken, waarvan de helft uit het buitenland komt. Ter vergelijking: in 2023 verwelkomde Saoedi-Arabië ‘amper’ 27 miljoen internationale gasten. De helft daarvan zijn ook nog eens moslims, op bedevaart naar Mekka en Medina.
Erg ambitieuze plannen dus, voor een land waar tot 2019 geen enkele toerist welkom was. Nochtans heeft Saoedi-Arabië heel wat te bieden als reisbestemming. Z’n uitgestrekte woestijnen, historische steden, verborgen oases en betoverende erfgoedsites doen je er werkelijk in een sprookje van Duizend-en-een-nacht wanen. En zeker nu nog heb je er alle bezienswaardigheden er grotendeels voor jou alleen. Waar wacht je dus nog op?


15 hoogtepunten die je niet mag missen in Saoedi-Arabië
1. Al-Dirah in Riyad: de wieg van Saoedi-Arabië
Het is nog maar vroeg in de ochtend of de schroeiende zon jaagt de temperaturen al stevig naar omhoog. De Saoedische hoofdstad Riyad ligt dan ook centraal in het land en wordt langs alle kanten omsingeld door verzengende woestijn. In Al-Dirah, het oude centrum van de stad, zoeken we meteen de koelte op in het Fort Al Masmak. Met z’n dikke muren van adobe – een mix van zand, stro en klei – lijkt het fort van buitenaf wel een reuzengroot zandkasteel, net zoals ik ze vroeger als kind op het strand van De Haan boetseerde.
Fort Al Masmak speelde een erg belangrijke rol in de geschiedenis van Saoedi-Arabië. Tijdens de Slag om Riyad, in 1902, wisten de Saoedi’s de stad succesvol te heroveren op de Rasjidi’s. Stelselmatig volgde ook de rest van het Arabische schiereiland. In 1932 kroonde aanvoerder Abdoel Aziz Al-Saoed zich dan tot de eerste koning van het nagelnieuw koninkrijk: Saoedi-Arabië was geboren. In het Fort Al Masmak huist tegenwoordig het Al Masmak Palace Museum, waar je meer te weten komt over de Dynastie van Saoed en over de jonge geschiedenis van hun prille koninkrijk.




Ook erg interessant in Riyad is een bezoek aan het Murabbapaleis, de vroegere residentie van koning Abdoel Aziz Al-Saoed. Samen met zijn gezin betrok hij het paleis in 1939. Nu is het een museum, waar onder meer de riante autocollectie van de voormalige vorst te zien is. Wil je nog wat dieper in de (prehistorische) geschiedenis van Saoedi-Arabië en het Arabische schiereiland graven? Rep je dan naar The Saudi National Museum, aan de achterdeur van het Murabbapaleis. Hier keert men zelfs terug tot in de tijd van de Nabateeërs, een volk dat 2000 jaar geleden het Midden-Oosten bevolkte. Later in dit reisverhaal komen we nog eens terug op deze noemenswaardige periode.




Net om de hoek van het Fort Al Masmak duiken we de Souk Al-Zel in, ook wel de ‘tapijtenmarkt’ genoemd. Overdag is het er nog vrij rustig. De markt komt pas echt tot leven na zonsondergang, wanneer de temperaturen buiten iets draaglijker worden. Toch gonst het nu al bij sommige handelaars van de bedrijvigheid. Aan één van de kraampjes worden net enkele prachtige tapijten verhandeld, iets verderop mogen we bij een verkoper van z’n beste wierook snuiven en bij nog een ander winkeltje weven twee jonge mannen erop los bij het maken van agalen. Dit zijn de zwarte banden uit geiten- of kamelenhaar, die de keffiyeh op het hoofd van de Arabische mannen vastklemmen. Dit is het magische Arabië zoals ik het mij precies ingebeeld had.




2. De moderne stad Riyad
Maar ook Saoedi-Arabië evolueert mee met z’n tijd. We karren noordwaarts over de drukke King Fahd Road en komen langs enkele prominente wolkenkrabbers, zoals de Al Faisaliah Tower met z’n glimmende knikkerbol op de top. Verderop ontmoeten we nog de Kingdom Tower, die een glazen wandelbrug op 302 meter hoogte heeft. Smalend wordt deze toren ook wel eens ‘de Flessenopener’ genoemd, omwille van zijn toepasselijke uiterlijk.
In KAFD – voluit het King Fahd Financial District – prikken eveneens hypermoderne wolkenkrabbers in de staalblauwe lucht boven de stad. Dé grootste – en ook enige – bezienswaardigheid in dit zakendistrict is de Grote Moskee van KAFD. Ondanks z’n groteske naam komt het qua hoogte nog niet aan de enkels van de torenhoge wolkenkrabbers errond. Desondanks is de Grote Moskee een waar architecturaal pareltje. Geen klassieke architectuur zoals we gewoon zijn van moskeeën, maar een gewaagd hedendaags design. De vorm van de moskee is geïnspireerd op een woestijnroos.




3. Diriyah: opkomende wijk aan de rand van Riyad
We trekken verder naar Diriyah, een opkomende wijk aan de stadsrand van Riyad. We bezoeken er het UNESCO-werelderfgoed van At-Turaif. De oudste restanten van deze antieke lemen stad zijn maar liefst 300 jaar oud. At-Turaif fungeerde lange tijd als de hoofdstad van de eerste Saoedische dynastie. Tot aan het begin van de 18e eeuw, toen de Ottomanen de stad voor een groot deel tot puin bombardeerden en de controle over het Arabische schiereiland overnamen.
Na een grondige restauratie in 2022 opende At-Turaif opnieuw z’n deuren voor het grote publiek. Op de bewakers na wandelen we er zo goed als alleen rond. De historische site is een mooie mengelmoes van ouderwetse straatjes met vakkundig opgelapte ruïnes en enkele boeiende tentoonstellingen binnenin. En ook al is de zon intussen onder, toch glundert de oude stad beeldig in het feeërieke kunstlicht. Hier en daar fleuren zelfs enkele leuke lichtprojecties de muren op.
Samen met de restauratie van At-Turaif opende in Diriyah ook een nieuwe buurt boordevol gezellige restaurants. Wij schuiven ’s avonds aan tafel bij het trendy Takya, dat een Arabische fusionkeuken van hoogstaand niveau serveert: Midden-Oosters, maar dan met een moderne twist. En volledig vegetarisch!
Tip: de prijs van je toegangsticket voor At-Turaif win je terug in de vorm van krediet. Dat kan je vervolgens in één van de restaurants van Diriyah spenderen.









4. Wadi Disah: een oogverblindende oase
De ochtend nadien nemen we het vliegtuig van Riyad naar Tabuk, een klein provinciestadje in het noordwesten van Saoedi-Arabië. Tabuk staat te boek als de toegangspoort tot één van ‘s lands mooiste oases: Wadi Disah. Maar vooraleer we de woestijn in waden, gaan we in Tabuk eerst lunchen bij Al-Qaryah Al-Turathiyah. In dit typisch Arabische restaurant eten we niet aan tafel, maar blootvoets en in kleermakerszit op een fraai geweven tapijt. Net zoals de echte Arabieren dat doen dus. We doen er ons te goed aan heerlijke rijstschotels met kip en kamelenvlees en sluiten de lunch af met een dampende beker zeemzoete thee, vriendelijk aangeboden door een goedlachse oude man.





Met een goedgevulde maag stappen we vervolgens de 4×4 in en dringen het maanlandschap ten zuiden van Tabuk binnen. We zien de eerste wilde kamelen langs de baan voorbij huppelen en naarmate we verder van de stad wegrijden, wordt het dorre landschap alsmaar ruiger. Na anderhalf uur rijden verlaat onze chauffeur Mo de bowlingbaan van een asfaltweg en zet de terreinwagen in 4×4-modus. Tijd voor wat actie nu!
We scheuren aan een duizelingwekkende snelheid doorheen het mulle woestijnzand en duiken niet veel later een wondermooie kloof met een stromend riviertje en wuivende palmbomen in: Wadi Disah. De oase lijkt wel een paradijs op Aarde. Met momenten moet de Toyota Landcruiser zich een weg doorheen het hoge gras murwen en gaan de banden zelfs even kopje onder wanneer we een diepe waterpoel doorwaden. En wederom hebben we deze hemelse plek helemaal voor ons alleen.







5. Al-Disah: overnachten in een tent op een mangoplantage
De avond valt wanneer we Wadi Disah langs de andere kant van de kloof opnieuw verlaten en het afgelegen woestijndorpje Al-Disah binnen bollen. Hotels zijn er niet, enkel maar een resem bedoeïenententen op een mangoplantage. Niet zomaar een tent, maar één met een comfortabel bed en een verkoelende ventilator, die weliswaar nog in de plastic verpakking steekt. We zijn duidelijk de eerste gasten op dit domein. Dat merken we ook aan het personeel, dat nog ietwat onwennig rondhuppelt. Maar hun onberispelijke gastvrijheid, die wordt hier alleszins met de paplepel in de mond meegegeven. Dat is duidelijk.
Vooraleer we ons hoofd te slapen leggen, wacht ons die avond nog een mooie verrassing. Per terreinwagen snellen we het dorp uit en dringen terug dieper de nachtelijke woestijn in. In een geïmproviseerd tentenkamp wacht ons een verrukkelijke Arabische BBQ, met satés van vlees en groenten vanop de houtskoolgrill. Als toetje gaan de lichten in het hele kamp uit en knippert ineens een fonkelende sterrenhemel tevoorschijn. Zelfs de mysterieuze Melkweg laat zich gewillig zien. Met een groene laser toont de gids ons enkele toonaangevende sterren en vertelt ons hoe pelgrims vroeger aan de hand van de sterren de weg naar Mekka uitstippelden. Een GPS avant-la-lettre, als het ware.


6. Al-Ula: kroonjuweel van Saoedi-Arabië
’s Anderendaags trekt de karavaan verder tijdens onze rondreis door Saoedi-Arabië. Ik voel me amper uitgeslapen. De blaffende honden in het dorp hebben me bijna de hele nacht wakker gehouden, maar misschien kan ik nog wel wat slaap inhalen in de auto. Er wacht ons namelijk een lange rit van zo’n drie uur dwars doorheen een eindeloze zee van zand en rotsen. Bestemming van vandaag: Al-Ula, hét kroonjuweel van Saoedi-Arabië.




De klok leunt al dicht tegen het middaguur aan wanneer we de oasestad Al-Ula bereiken. We gaan meteen lunchen bij The Pink Camel, een hippe tent in boho-stijl die je eerder op Ibiza dan in Saoedi-Arabië verwacht. Het prachtige terras kijkt uit over vruchtbare akkers, groene dadelplantages en afbrokkelende ruïnes. De kans dat we in The Pink Camel wel degelijk roze kamelen zullen zien, is wel erg klein. Alcohol is namelijk nog steeds taboe in dit streng islamitische land. Wél krijgen we een lekker frisse Strawberry Mojito 0,0% voorgeschoteld, vergezeld van wat tapas en overheerlijke pasta. Allesbehalve traditioneel Arabisch, maar smaken doet het zeker wel.



Na de lunch maken we een korte wandeling over de Oasis Heritage Trail. Dit fraaie wandelpad slingert zich een weg doorheen de vruchtbare oase van Al-Ula en mondt tenslotte uit in Al-Jadidah, het ‘hippe’ district van de stad. Sommige muren zijn er getooid met oogstrelende straatkunst, straatmuzikanten trakteren de passanten er op een streepje muziek en het ene trendy restaurant schurkt er tegen het andere aan. Goed nieuws voor de Belgen: er is zelfs een frituur!
Wat verderop wandelen we de oude stad van Al-Ula binnen. Het staat er vol van de lemen huizen uit lang vervlogen tijden. Tijdens ons bezoek is de restauratie in volle gang, waardoor een groot deel van de oude stad jammer genoeg afgesloten is. De hoofdstraat is gelukkig wel al helemaal opgelapt en herbergt een arsenaal aan leuke winkeltjes en boetiekjes om even in te gaan snuisteren. Al zijn hun koopwaren niet meteen van de goedkoopste, eerlijk gezegd…











7. Jabel AlFil: de Olifantenrots
Na het bezoek aan de oude stad van Al-Ula checken we in bij ons luxueuze viersterrenresort, dat ietwat verstopt ligt tussen de zandstenen rotsen in de woestijn: het Shaden Resort AlUla. Veel tijd om in te checken krijgen we niet, want het laatste wapenfeit van de dag willen we voor geen geld missen: de sprookjesachtige zonsondergang bij Jabal AlFil, alias de Olifantenrots. En inderdaad, daar lijkt deze indrukwekkende rotsformatie te midden van de woestijn verdacht goed op. Niet te geloven dat Moeder Natuur dit meesterwerk schiep.
We nemen plaats in één van de comfortabele lounges die er uitgegraven zijn in het zand. Wie wil, kan er iets verderop zelfs een drankje bestellen aan de bar. Zonder alcohol, uiteraard. Het lijkt wel alsof we in een chique openluchtbioscoop zetelen. De ondergaande zon strooit z’n laatste zonnestralen over het woestijnlandschap en projecteert een eindgeneriek van warm avondlicht op de zandstenen olifant. Wat een prachtig schouwspel!




8. Hegra: het Petra van Saoedi-Arabië
Wat Petra voor Jordanië is, dat is Hegra voor Saoedi-Arabië. Beide historische sites kennen dan ook een gemeenschappelijk verleden. De Nabateeërs kerfden er zo’n 2000 jaar geleden tal van monumentale graftombes uit de zandstenen rotsen. In 2008 ontving Hegra trouwens de status van UNESCO-werelderfgoed, als allereerste plek in Saoedi-Arabië. Maar het is pas in 2020 dat de site openging voor het grote publiek. Het bezoekerscentrum aan de zuidelijke toegangspoort oogt alleszins nog nagelnieuw bij ons bezoek.

Met een oppervlakte van 52 hectare is Hegra immens te noemen. Veel te groot om te voet te verkennen dus. We nemen dan ook plaats in… een vintage Land Rover, mét privéchauffeur! Ook Amal vergezelt ons in de auto. Zij is vandaag onze rawiya – ofwel ‘verhalenverteller’ in het Arabisch – en gidst ons twee uur lang in Hegra rond. Helaas kunnen we enkel maar haar kastanjebruine ogen en zachte vertelstem aanbidden. De rest van haar gezicht zit nog keurig verstopt achter een gitzwarte nikab, ook al hoeven vrouwen sinds enkele jaren het gezicht en zelfs het hoofd niet verplicht meer te bedekken in Saoedi-Arabië.
Tot op heden ontdekte men in Hegra al 131 graftombes, maar er liggen er ongetwijfeld nog veel meer onder het zand bedolven. Dé grote vedette van Hegra is ontegensprekelijk de Tombe van Lihyan, Zoon van Kuza. Deze monumentale graftombe met al even monumentale naam kreeg de bijnaam Qasr Al Farid, het ‘Eenzame Kasteel’. De rots waaruit deze tombe gehouwen werd, staat dan ook als een minuscuul eiland ietwat verloren in een gigantische zee van zand. En wanneer we rondom ons kijken, valt ook bij dit wereldwonder amper een toerist te bespeuren. Wat een privilege!








9. Maraya: muziek en gastronomie in het midden van de woestijn
Terwijl Hegra de gouden tijden van een oude beschaving belichaamt, weerspiegelt Maraya juist de rijkdom en vooruitstrevendheid van het moderne Saoedi-Arabië. En dat weerspiegelen mag je hier gerust letterlijk nemen. Bijna 10.000 spiegels bedekken deze moderne concertzaal, waardoor het bouwwerk bijna als een fata morgana vervaagt in de dorre Asharvallei, net buiten Al-Ula.
‘Maraya’ betekent dan ook simpelweg ‘spiegel’ in het Arabisch. Wereldsterren als Andrea Bocelli, Usher en Alicia Keys kwamen er in het verleden al optreden. Ook sommige sterrenchefs vonden trouwens de weg naar Maraya. Zo opende de Britse chef Jason Atherton op het dak van dit ‘spiegelpaleis’ het stijlvolle restaurant Maraya Social. Naar verluidt is het nog een kwestie van tijd eer ook dit restaurant z’n eerste Michelinster in ontvangst mag nemen.





10. De Hidjazspoorweg: vage sporen uit het pelgrimsverleden
We laten Al-Ula achter ons en zetten koers naar één van de heiligste plekken van de islam: Medina, de stad waar de profeet Mohammed in het jaar 632 aan z’n einde kwam. Al eeuwenlang trekken moslims van heinde en verre erheen op bedevaart. Wij reizen vandaag per minibus naar Medina, maar vroeger nam men hiervoor de trein. De Hidjazspoorweg verbond ooit Damascus met Medina, maar werd helaas ernstig beschadigd tijdens de Eerste Wereldoorlog en nadien nooit meer hersteld.
Een stille getuige van deze roemrijke spoorlijn is het desolate station van Al Buwayr, waar we een korte plaspauze inlassen. Op een stukje overlevend spoor staat een uitgerangeerde stoomlocomotief zieltogend weg te kwijnen, met in z’n zog een sliert houten goederenwagens. In plaats van stoomfluiten hoor je er nu alleen nog maar het fluiten van de wind. En de pelgrims dan? Die nemen tegenwoordig gewoon het vliegtuig.




11. Pelgrimsoord Medina
Het contrast tussen het levenloze station van Al Buwayr en de levendige stad Medina kan haast niet groter zijn. Er heerst een drukte van jewelste, wanneer de minibus ons midden in het centrum van Medina dropt. Het is vrijdag en de heilige stad maakt zich op voor het wekelijkse vrijdaggebed. Hordes moslims banen zich een weg richting Al-Masjid an-Nabawi, de Moskee van de Profeet. Precies een grote menigte voetbalfans op weg naar het stadion voor een belangrijke interland. We laten ons gewillig meevoeren met de mensenstroom, tot aan de hekkens van de moskee. Verder mogen wij ‘ongelovigen’ niet komen. Tot voor kort was het zelfs helemaal verboden om als niet-moslim Medina te bezoeken, maar daar kwam onlangs nog maar verandering in. Niet veel toeristen zijn ons hier dus al voorgeweest.

In het naburige hotel Pullman Zamzam liften we naar het rooftoprestaurant The Horizon, waar we tijdens een heerlijk mediterraan buffet genieten we van een verbluffend uitzicht op de gigantische moskee. De Moskee van de Profeet in Medina is op die van Mekka na de grootste moskee ter wereld en biedt plaats aan zo’n 600.000 gelovigen. Tijdens de hadj, de verplichte bedevaart voor gezonde en welgestelde moslims, kan dat aantal zelfs opgetrokken worden tot 1 miljoen!
Opvallend is de kleine groene koepel in het midden van het complex. Die beschermt het graf van de profeet Mohammed. Intussen knielen op het plein rond de moskee een paar honderdduizend gelovigen synchroon richting Mekka, waarna ze opnieuw recht kruipen en de choreografie nog een aantal keer herhalen. Wat een indrukwekkend schouwspel!


12. Kuststad Jeddah
De uittocht van de pelgrims zorgt voor een hels verkeersinfarct in Medina. We halen onze trein naar Jeddah ei zo na, mede dankzij een begripvolle stationsmedewerker die ons via een achterpoortje het perron oplaat. De Hidjazspoorlijn mag dan wel voltooid verleden tijd zijn, sinds 2018 verbindt een splinternieuwe hogesnelheidstrein de steden Medina, Jeddah en Mekka vliegensvlug met elkaar: de Haramain High Speed Railway. De moderne treinen zijn van Spaanse makelij en zitten erg gemakkelijk. We reizen nog eens in eerste klasse ook en genieten onderweg van een lichte maaltijd aan onze zitplaats, terwijl de trein aan een snelheid van 300 km/u door de woestijn raast.



Nog geen twee uur later komen we aan in Jeddah, een bruisende havenstad aan de Rode Zee en na Riyad de grootste stad van Saoedi-Arabië. Al direct bij het verlaten van de trein slaat de hoge luchtvochtigheid als een natte handdoek in m’n gezicht. Tot nu toe kon ik het kurkdroge woestijnklimaat best goed verdragen, maar in Jeddah houdt geen enkele porie in mijn lijf het nog droog.
We trekken naar de Al Hamra Corniche, de kilometerslange kustpromenade van Jeddah. Er hangt een ontspannen vakantiesfeer. Uitgelaten kinderen spelen een potje voetbal op een grasplein, terwijl koppels en families er op een dekentje genieten van de sprookjesachtige zonsondergang. Exact ook wat wij van plan zijn. Eens de zon onder is, breekt dan de tijd aan voor een ander spektakel: de King Fahd’s Fountain. Geïnspireerd op de jet d’eau in Genève spuit deze fontein zijn waterstraal hoger dan de top van de Eiffeltoren in Parijs. Daarmee is het meteen ook de hoogste fontein ter wereld.




13. Snorkelen in de Rode Zee
Op onze laatste dag in Saoedi-Arabië ruilen we het zand van de woestijn in voor het zilte water van de Rode Zee. We varen op een gegeven moment zodanig ver weg, dat het vasteland helemaal uit het zicht verdwijnt. Zelfs de in aanbouw zijnde Jeddah Tower is nergens meer te bespeuren. Met een hoogte van meer dan één kilometer moet deze wolkenkrabber de hoogste toren ter wereld worden. Nóg hoger dan de Burj Khalifa in Dubai dus, de huidige wereldrecordhouder. Al ligt de bouw van de Jeddah Tower al sinds 2018 stil en haalt de toren momenteel maar een derde van de geplande hoogte.
Met een druk op de knop temt de kapitein de motor van de boot tot stilstand en werpt vervolgens het anker uit. We krijgen er de kans om te snorkelen naar de schilderachtige koraalriffen, die net onder de waterlijn schuilgaan. Nadien varen we nog een klein stukje verder naar een zandbank, waar het zeewater hetzelfde appelblauwzeegroen kleurt als op de Malediven. We zijn wederom in het paradijs aanbeland. Terwijl wij wat ravotten in het ondiepe water, bereidt de kapitein op de boot de lunch voor. De geur van gegrilde gamba’s doet me al snel het water in de mond lopen en het duurt dan ook niet lang vooraleer we met z’n allen weer aan boord kruipen en smullen van een overheerlijke maaltijd op zee.






14. Al-Balad: de oude stad van Jeddah
Spijtig genoeg zit onze rondreis in Saoedi-Arabië er zo goed als op. Maar vooraleer we koers naar de luchthaven zetten, bezoeken we nog een allerlaatste stukje UNESCO-werelderfgoed. Al-Balad is de charmante oude stad van Jeddah en bestaat al sinds de 7e eeuw. Z’n smalle straatjes verhullen wel honderden antieke huizen, waarvan sommige meer dan 500 jaar oud zijn. Met hun houten balkonnetjes in bruine, blauwe of groene tinten doet Al-Balad ergens wat denken aan de binnenstad van Valletta, de hoofdstad van Malta. Op zich zo vreemd niet, aangezien Malta heel wat Arabische invloeden kent. Net zoals elders in Saoedi-Arabië, ondergaat ook Al-Balad momenteel een grondige renovatie. En dat is geen overbodige luxe, want sommige huizen lijken wel kaartenhuisjes die ieder moment ineen kunnen zakken.
Intussen breekt de avond aan en valt de duisternis in. Overal in Al-Balad schiet de verlichting aan, openen winkels de deuren en voor we het weten vullen de straten zich met mensen. Nu de temperaturen wat temperen, komt iedereen weer buiten. Ik hop nog gauw even een winkeltje met zoetigheden binnen en koop er een zakje dadels. Zo kan het thuisfront toch ook even proeven van een vleugje Saoedi-Arabië.








15. NEOM: de toekomst van Saoedi-Arabië
Maar laten we ook even naar de toekomst van Saoedi-Arabië kijken. Het land beseft maar al te goed dat het ooit amen en uit zal zijn met de olie en mikt nu al z’n pijlen op het toerisme. Analoog met wat andere oliestaten in het Midden-Oosten doen dus. Met NEOM wil Saoedi-Arabië zichzelf op de toeristische wereldkaart verankeren. NEOM is de verzamelnaam van enkele ambitieuze bouwprojecten in het uiterste noordwesten van het land, vlakbij de stad Tabuk. Maar niet alle projecten worden bedacht met een even nuchtere blik, mijns inziens.
Eén van de bekendste en meest omstreden projecten is The Line. Deze stad van de toekomst moet ooit een loodrechte lijn van 170 kilometer lang en 200 meter breed gaan vormen, dwars door de woestijn. Twee parallelle muren van wel 500 meter hoog bakenen de stad langs weerszijden af en zullen langs buiten bekleed worden met spiegels, net zoals de concertzaal Maraya in Al-Ula dus. De eerste vijf kilometer van The Line zouden reeds in 2030 een feit moeten zijn, maar nu al gaan er geruchten de ronde dat de stad nooit af zal zijn. Als tegenreactie sust Saudi-Arabië de gemoederen met de verklaring dat een stad eigenlijk nooit af is, nergens ter wereld.
Andere grootse plannen binnen het NEOM-project zijn een deels drijvende en energieneutrale stad in de vorm van een achthoek (Oxagon), een wintersportoord waar Saoedi-Arabië in 2029 de Aziatische Winterspelen organiseert (Trojena) en een arsenaal aan luxe resorts aan de Rode Zee, waar zelfs de Malediven jaloers op zullen zijn (Sindalah). Een nieuwe luchthaven – NEOM Bay Airport – moet het geheel gaan ontsluiten. Benieuwd wat de toekomst zal brengen!

Inpakken en wegwezen
1. Erheen
Wij vlogen met Turkish Airlines heen op Riyad en terug vanuit Jeddah, met in beide richtingen telkens een overstap in Istanboel. De Arabische lagekostenmaatschappij Flynas vliegt rechtstreeks tussen Brussel en Jeddah. Vanuit steden als Amsterdam, Parijs en Frankrijk vlieg je met Saudia Airlines dan weer zonder overstap naar verschillende bestemmingen in Saoedi-Arabië.
Opgelet! Om het Koninkrijk Saoedi-Arabië binnen te mogen, dien je in het bezit te zijn van een e-visum. Je kan die in enkele muisklikken aanschaffen via deze link: https://visa.visitsaudi.com/. Het e-visum kost 395 rial, wat neerkomt op ongeveer 90 euro (anno 2025), en blijft 90 dagen geldig.

2. Vervoer ter plaatse
Je kan Saoedi-Arabië gerust op eigen houtje verkennen, tijdens een self drive bijvoorbeeld. Het land valt doorgaans veilig te bereizen. De meeste wegen bevinden zich in een onberispelijke staat, al komen veel wegwijzers en verkeersborden enkel in het Arabisch voor. Bovendien heb je een internationaal rijbewijs nodig, indien je zelf een wagen wenst te huren en te besturen. Voor Wadi Disah is een 4×4 een must.
Het land met het openbaar vervoer doorkruisen is niet echt ideaal, met uitzondering van de hogesnelheidstrein tussen Jeddah en Medina dan. Voor andere trajecten ben je voornamelijk op het vliegtuig of de auto aangewezen. De metro van Riyad opende eind 2024 en is op Mekka na het enige metronetwerk in het land.
Wil je Saoedi-Arabië ten volle ontdekken? Dan huur je beter een lokale gids in. Of kies er meteen voor om je reis aan een betrouwbare reisorganisatie uit te besteden, die alles voor jou uitstippelt (zie verder).
Voor meer tips en reisadvies over Saoedi-Arabië raadpleeg je best de website van Buitenlandse Zaken: https://diplomatie.belgium.be/nl/landen/saoedi-arabie/reizen-naar-saoedi-arabie-reisadvies/.
Een andere noemenswaardige website voor up-to-date informatie over Saoedi-Arabië is saoediarabie.nl van de Nederlanders Jessica de Bruin en Gábor Margés.


3. Overnachten in Saoedi-Arabië
Toegegeven: reizen naar Saoedi-Arabië is op dit moment verre van goedkoop. De prijzen van de hotels swingen soms de pan uit en gidsen kosten je vaak het ereloon van een notaris. Dat maakt van Saoedi-Arabië nu nog een erg exclusieve reisbestemming. Het land is nog wat z’n weg aan het zoeken in de wereld van het toerisme en zal wel snel merken dat het z’n prijzen zal moeten verlagen, wil men tegen 2030 het beoogde aantal toeristen lokken.
Ook de hotelinfrastructuur loopt nog sterk achter, al is men in Saoedi-Arabië aan een flink inhaalmanoeuvre begonnen. Ook deze evolutie zal de kamerprijzen op termijn hopelijk wat doen temperen, naarmate er meer hotels en resorts openen.
Hotels in Riyad
De hotels in de Saoedische hoofdstad zijn nog voornamelijk geënt op zakenreizigers en minder op toeristen, al is er beterschap in zicht. In Riyad sliepen wij in het zakelijke maar erg comfortabele viersterrenhotel Joudyan Olaya Riyadh By ELAF. Niet ver daarvandaan heb je ook nog het excentrieke Narcissus Hotel Riyad, dat met vijf sterren pronkt, maar misschien wat kitscherig aanvoelt.



Vooral in het district Al-Diriyah, nabij de UNESCO-werelderfgoedsite van At-Turaif, openen binnenkort heel wat nieuwe kleinschalige boetiekhotels. Het luxueuze vijfsterrenhotel Bab Samhan is er nu al open voor het publiek. Het warme, hedendaagse interieur van het hotel werpt een knipoog naar de traditionele Arabische architectuur, maar biedt tevens alle hedendaagse comfort.
Hotels in Wadi Disah
Zoals eerder vermeld zijn er (nog) geen hotels in Wadi Disah, enkel een eenvoudig tentenkamp in het woestijndorpje Al-Disah dat je alleen via een touroperator kan boeken. De dichtstbijzijnde échte hotels bevinden zich in Tabuk en Al-Ula.

Hotels in Al-Ula
In Al-Ula verrijst het ene luxe resort na het andere. De meeste beschikken over een buitenzwembad. Wij verbleven er in het charmante Shaden Resort AlUla, dat zich idyllisch tussen de zandstenen woestijnrotsen in nestelt. Er is ook een groot buitenzwembad. Het resort ligt op een steenworp van bezienswaardigheden als Jabal AlFil (Elephant Rock) en Hegra.



Mag het nóg wat luxueuzer (en duurder) zijn? Dan moet je in de Asharvallei zijn, waar ook de concertzaal Maraya zich schuilhoudt. Our Habitas AlUla is zo een prachtig voorbeeld van een luxe resort met Ibiza vibes. In de losstaande villa’s komt de weelde je er zo tegemoet. Op het uiteinde van de vallei neem je bovendien een duik in het aanlokkelijke overloopzwembad en spring je een paar rotsen verder een gat in de lucht op de opmerkelijke trampolines, die er in het zand uitgegraven zijn.





Net om de hoek opende Our Habitas AlUla ook nog een ‘iets goedkopere’ variant van hun luxe resort, waar je in Amerikaanse streamliners kampeert en food trucks er het eten serveren: Caravan AlUla by Our Habitas. Een zwembad heeft deze accommodatie niet, maar je mag als gast wel gebruik maken van alle faciliteiten van het ‘moederhotel’ Our Habitas AlUla.
Wens je echt helemaal top notch te gaan in Al-Ula? Dan is Banyan Tree AlUla absoluut iets voor jou. De ruime glampingtenten zijn ingericht met modern Arabisch design en garanderen je luxe en privacy van het hoogst denkbare niveau in Al-Ula. Een groot deel van de tenten biedt trouwens uitzicht op Maraya, terwijl het betoverende overloopzwembad precies een zandstenen rots in tweeën gesplitst lijkt te hebben.

Hotels in Medina
Het centrum van Medina barst van de hotels van grote internationale hotelketens, maar die zijn vooral op pelgrims gericht en stralen maar weinig gezelligheid uit. Sinds kort mag je er ook als niet-moslim verblijven. Desondanks is een overnachting in Medina niet erg aan te raden. Het centrum is erg klein, druk en mist charme.
Hotels in Jeddah
In de havenstad Jeddah verbleven we in het fijne stadshotel Centro Salama by Rotana. Dit moderne zakenhotel is weliswaar gelegen aan een drukke verkeersas in de stad, al heb je daar als hotelgast weinig last van. Bovenop het dak is er ook een verfrissend openluchtzwembad.



Wens je het toch wat intiemer? Dan ben je in Jeddah aan het juiste adres bij Shada Hotel Shatea, een hip boetiekhotel zoals je ze in veel Europese steden aantreft. Ook dit hotel heeft een (bescheiden) rooftop pool op het dak. Bovendien ligt de zee net om de hoek, maar verwacht je er niet meteen aan tropische stranden.




Red Sea Global Project
Aangezien Saoedi-Arabië zich nog maar net openstelde voor het vrijetijdstoerisme en dus nu nog maar andere bezoekers dan pelgrims en zakenreizigers verwelkomt, zijn strandresorts nog zo goed als onbestaande in het land. Daar brengt Saoedi-Arabië nu stilaan wat verandering, ook een beetje afgaande op de successen die de buren van de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai en Abu Dhabi) al jaren boeken.
Zo liggen er voor de westkust van Saoedi-Arabië heel wat exotische eilanden die kunnen wedijveren met die van de Malediven. Het Red Sea Global Project voorziet er in een handvol vijfsterrenresorts, zoals The St. Regis Red Sea Resort en Nujuma, a Ritz-Carlton Reserve bijvoorbeeld. Op het vasteland, meer naar het binnenland toe, verrijzen verder nog kleppers als het Desert Rock Resort en Six Senses Southern Dunes, The Red Sea. De meeste hotels kan je nu reeds boeken, al mag je daarvoor wel flink in je buidel tasten. Een nacht kost je er met gemak ettelijke duizenden euro’s. Toch de Malediven dan maar?
4. Betrouwbare reisorganisaties
Laat je liever niets aan het toeval over en geef je de organisatie van je reis liever uit handen aan experts? Wel, het Nederlandse saoediarabie.nl steekt al enkele jaren zowel groeps-, individuele als religieuze reizen naar Saoedi-Arabië ineen. Oprichtster Jessica de Bruin woont en werkt al jaren in het Midden-Oosten en kent het land dan ook als haar broekzak.
Onlangs nog vervoegde ook Gábor Margés het team. Geboren en getogen in Jeddah, was hij jarenlang het gezicht van de toeristische dienst van Saoedi-Arabië in de Benelux. Als er dus één organisatie is die alle ins & outs van Saoedi-Arabië kent, dan zijn zij het wel. Bovendien word je er in het Nederlands te woord gestaan.
Daarnaast bieden ook Belgische reisorganisaties zoals touroperator Travelworld reizen aan naar Saoedi-Arabië.
ⓘ saoediarabie.nl / travelworld.be/bestemmingen/saoedi-arabie


5. Beste reistijd
Saoedi-Arabië heeft het ganse jaar door wel wat te bieden, met in elk seizoen voor elk wel wat wils. Wens je de reisroute te ondernemen zoals wij die beleefden? Kies dan eerder voor de wintermaanden (oktober t.e.m. maart). De temperaturen vallen in die periode reuzegoed mee en de luchtvochtigheid ligt ook zo hoog niet. In de winter kan het ‘s nachts wel erg koud worden in de woestijn en in de zomer dan weer bloedheet overdag.
6. Alcohol en kledij in Saoedi-Arabië
Ondanks z’n progressieve koers blijft Saoedi-Arabië nog steeds een streng islamitisch land. Alcohol is er bij wet verboden, al verwacht men wel dat er hier in de toekomst ietwat soepeler mee omgesprongen zal worden. Naar verwachting zullen ze wat de weg van Dubai opgaan, waar in de resorts over het algemeen wel alcohol geschonken wordt.
Houd verder eveneens rekening met de kledingvoorschriften in Saoedi-Arabië, hoewel ook hier de regels al flink versoepeld zijn. In tegenstelling tot wat je op veel websites zal lezen, kunnen mannen wel degelijk het land in korte broek en T-shirt doorkruisen. De Saoedi’s doen soms zelf niet liever. Vrouwen hoeven zich niet langer te sluieren in het openbaar, zolang je je maar fatsoenlijk kleedt en je je schouders en knieën bedekt.
Enkel in de heilige stad Medina en bij het betreden van moskeeën wordt van bezoekers verwacht dat ze zich gepast kleden. Voor mannen is dit een lange broek en een hemd of T-shirt met lange mouwen, terwijl vrouwen geacht worden een abaja te dragen die tot op voeten reikt en een hoofddoek of een sjaal dat het volledige hoofd bedekt. Gedraag je in Medina best ook niet te excentriek, wil je het niet aan de stok krijgen met (buitenlandse) pelgrims of de tuchtpolitie. De meeste moslims die Medina bezoeken, komen vaak nog uit conservatieve moslimlanden. Mekka, de geboorteplaats van de profeet Mohammed, is helemaal verboden gebied voor niet-moslims.
Zonnebaden op de publieke stranden zoals wij dat in Europa en elders gewoon zijn, is in Saoedi-Arabië helaas nog steeds taboe. In heel wat stadshotels, vooral in Riyad dan, mogen mannen en vrouwen doorgaans niet samen zwemmen of is het zwembad enkel toegankelijk voor mannen en kinderen. In de luxe resorts in Al-Ula en aan de Rode Zee is er al een iets groter gedoogbeleid, met amper beperkingen.


Overzichtskaart
Dit artikel kwam tot stand dankzij Travelworld en de Saudi Tourism Authority.
Ontdek meer van Op Congé met Xavier
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



0 reacties op “Rondreis in Saoedi-Arabië: land van tradities en torenhoge ambities”