‘Au cœur des 3 vallées’, zo luidt de officiële leuze van Méribel. Dit populaire skidorp in de Franse Savoie bevindt zich dan ook pal in het hart van ’s werelds grootste aaneengesloten skigebied: Les 3 Vallées. Maar over wintersport gaan wij het hier niet hebben. Wij trokken namelijk in hartje zomer naar Méribel. Skipistes ruimen dan plaats voor fleurige alpenweides met klingelende koeien, terwijl een uitgebreid aanbod aan outdoor activiteiten je stante pede uitnodigt om er de bergen in te trekken. Hiken, mountainbiken en andere dingen die je wel zal liken: dát is Méribel in de zomer.
Het verhaal van Méribel start in 1938. De Schotse visionair Peter Lindsay laat er hoog in de vallei van de Doron, op grondgebied van de gemeente Les Allues, een gloednieuw skistation uit de grond stampen. Hij doopt het ‘Méribel’, wat Engelstaligen o zo poëtisch uitspreken als ‘Merry Bell’.
Wat Méribel nu zo aantrekkelijk maakt? Dat is in de eerste plaats haar authentieke uitstraling, een verdienste van de architecten van het eerste uur. Zij bepaalden immers dat Méribel voor eeuwig en altijd op een traditioneel bergdorp moest lijken. Hier geen afgrijselijke betonnen hoogbouw dus, maar wel charmante chalets, opgebouwd uit de gebruikelijke bouwmaterialen van weleer. Denk: muren van natuursteen, houten balkonnetjes en daken bedekt met lauze, platte leistenen uit de regio.
Maar niet alleen haar knusse architectuur maakt van Méribel een gedroomde vakantiebestemming. En niet op z’n minst in de zomer! Terwijl Europa steeds meer onder een toenemend aantal hittegolven kreunt, blijft het hier boven de 1400 meter – en daarboven – aangenaam fris. Ideaal voor je volgende coolcation dus! Bovendien wordt het ‘s zomers nooit echt druk in Méribel. Slechts 30 tot 40% van het totale aantal bedden is er dan bezet. En last but not least: er valt hier van alles en nog wat te beleven! Of je nu houdt van fietsen, wandelen, yoga of misschien wel golfen: er is voor elk wat wils!





Wat te doen in Méribel tijdens de zomer
1. Downhill Mountainbike
Het Méribel Bikepark beschikt in totaal over 258 kilometer aan mountainbikeroutes. In het Frans spreekt men over VTT, wat afgekort ‘vélo tout terrain’ betekent. Mountainbike dus. Zo’n 40 kilometer van het netwerk wordt bestempeld als ‘DH’, wat dan weer staat voor ‘downhill’. Met de mountainbike bergaf dus. Ze zijn aangeduid met een groene, blauwe, rode of zwarte kleur, naargelang de moeilijkheidsgraad.
Vooraleer wij roekeloos de bergen rond Méribel afsjezen, krijgen we op een licht hellend grasveld, beneden aan de liften, eerst nog een korte introductieles van Gaspard Chirol, mountainbike-instructeur bij Fast Riding People. Teneinde niet bij de eerste bocht overkop te gaan, demonstreert hij ons minutieus hoe we de mountainbike precies moeten mennen in het naar beneden gaan: pedalen op gelijke hoogte, op iedere rem twee vingers en de benen in cavaleriehouding.
Na enkele oefenrondjes is het dan eindelijk tijd voor het echte werk. Met een koppel liften klimmen we naar la Tougnète, een piek op 2437 meter hoogte. En de mountainbike? Die lift gewoon mee achterop. Eens boven genieten we van een prachtige inkijk in de vallei van Belleville, één van die andere 3 Vallées. En wanneer we ons even omdraaien, ontdekken we in de verte de machtige Mont Blanc. Zelfs in hoogzomer ligt Europa’s hoogste berg nog steeds onder een dik pak sneeuw bedolven.
Vanaf nu gaat het alleen maar bergaf. Met de mountainbike, welteverstaan. De hartslag en het adrenalineniveau daarentegen gaan flink naar omhoog. We razen over grillige kiezelpaadjes van nog geen halve meter breed naar beneden. Voor de bocht zachtjes remmen en vervolgens in de bocht weer lossen. En vooral niet vergeten af en toe eens rond je te kijken. Met wat geluk spot je onderweg enkele marmotten!





2. Golfen in een decor van bergen
’s Namiddags trekken we naar de golfclub van Méribel. De tijd dat golfen enkel voor de elite was, is gelukkig voorbij, maar onze bezwete en bestofte sportkleren ruilen we toch maar in voor iets stijlvollers. Al meer dan 60 jaar lang glooit de Golf de Méribel over de bergflanken van Méribel. Het is zelfs één van de hoogst gelegen golfterreinen in Frankrijk! In de winter zou je trouwens helemaal niet vermoeden dat je hier los over een golfterrein skiet. Eens de laatste sneeuw gesmolten is, wordt alles in gereedheid gebracht voor het nakende golfseizoen. Dat loopt telkens van juni tot en met september.
De Golf de Méribel kent 18 holes die zich uitspreiden over meer dan 400 hoogtemeters. Een elektrisch golfkarretje huren is hier dus geen overbodige luxe. Het fenomenale bergpanorama krijg je er gratis bij. Wij als debutanten houden het vandaag op een bescheiden golfinitiatie op het oefenterrein. Golfleraar Alexis Grivaud leert er ons vakkundig de kneepjes van het vak: rechte schouders, golfstick in de aanslag en tenslotte in een mooie draaibeweging de golfbal richting de bergen afvuren. Hoewel ik de bal telkens een flink eind wegsla, is er precies nog wel wat werk aan dat mikken. Dan toch maar een volgende les met Alexis inplannen?






3. Yoga op Le Plan de Tuéda
De ochtend nadien doen we het iets rustiger aan. Of dat vermoedden we aanvankelijk. Aan de oevers van de Lac de Tuéda, een schilderachtig meer net buiten Mottaret, een hoger gelegen deel van Méribel, ontmoeten we yogalerares Marcela Bemposta. Oorspronkelijk komt ze uit Argentinië, maar intussen wist ze al goed te aarden in Méribel. En ik begrijp wel waarom, wanneer ik hier rond me kijk.
Als we dachten dat we deze ochtend gewoon ons matje gingen uitrollen voor een ontspannen yogasessie aan de rand van het meer, dan dachten we verkeerd. De schoenen gaan uit en voor we het goed en wel beseffen, slenteren we blootvoets het Réserve Naturelle du Plan de Tuéda in. Marcela ontvoert ons namelijk op een yogawandeling in dit prachtige natuurgebied. En dat is beslist geen walk in the park, want de kiezels prikken bij momenten als legoblokjes in mijn voetzolen.
Onderweg kruisen we enkele goed uitgedoste wandelaars, die ons maar vreemd aankijken. We lijken wel landlopers, zo op onze blote voeten. Als grap vragen we hen of ze toevallig nergens onze schoenen gezien hebben. Hilariteit ten top. Onze schoenen vinden we niet meteen terug, maar de rust gelukkig wel. Marcela laat ons af en toe eens stoppen voor wat ademhalingsoefeningen, shiatsu en qi gong. En dat allemaal midden in de natuur. We connecteren onze blote voeten met de Aarde, sluiten de ogen, ademen in en ademen weer uit. En wanneer we de ogen terug openen, staren we wederom naar een adembenemend berglandschap. Om stil van te worden.







4. Hike naar Refuge du Saut
Na een sterkende lunch in La Buvette de Tuéda pikt de guitige Nicolas Tavernier van Terres d’Evasion ons op voor een avontuurlijke hike naar de Refuge du Saut, in de staart van de Doronvallei. Mét schoenen aan deze keer. Al van bij de start in Méribel-Mottaret gaat het stevig naar omhoog. En dat onder een loden zon. Gelukkig zorgen de alpendennen in het Bois de la Ramée voor voldoende schaduw. We snuiven de heerlijke dennengeur op, proeven langs de berm van wilde wortel, horen in de verte marmotten fluiten en geven onze ogen de volle kost.
Voor ons doemt nu de machtige Mont du Vallon op, de 3000 meter hoge ‘huisberg’ van Méribel. En eens de boomgrens voorbij, strekt zich een weidse vallei voor ons uit, met links de kale flanken van de Aiguille du Fruit – nóg zo’n drieduizender. Het zou zo een beeld uit IJsland kunnen zijn.
Aan een bron tanken we even onze drinkbussen bij, want van al dat watertanden hebben we dorst gekregen. Het bronwater is kristalhelder, wat niet kan gezegd worden van de Doron, de rivier die we wat verderop via een passerelle oversteken. Dit water heeft eerder een troebele, melkachtige kleur. Dat komt door het vele gips dat hogerop in de ondergrond steekt, zo leert Nicolas ons. In de 18e eeuw bevonden er zich zelfs heel wat gipsmijnen in deze vallei, voor de productie van lood en zilver. De mijnen zijn al lang verlaten, maar links en rechts vind je in het landschap nog enkele sporen terug.



Intussen drongen we het Parc National de la Vanoise binnen, een beschermd natuurgebied dat meer dan zeven keer zo groot als de Hoge Venen is. We lijken er wel alleen op de wereld. Ook het GSM-signaal gooide intussen de handdoek in de ring. Eens voorbij de Chalet de la Plagne dwalen we kort even van het pad af, tot aan de Lac des Fées. Dit kleine meer met turquoise water oogt al even feeëriek als z’n naam doet uitschijnen. Na een kleine drie uur hiken bereiken we tenslotte onze eindbestemming voor vandaag: de Refuge du Saut. In deze berghut op 2100 meter hoogte zullen we ook de nacht doorbrengen.
Het is er even helemaal back to basics in de Refuge du Saut. Voor het opwekken van elektriciteit en het opwarmen van water voor de douches is de berghut geheel afhankelijk van de zon. Zuinig zijn is de boodschap dus! Voor de rest beschikt de berghut over alle nodige comfort. Stipt om 19 uur schuiven we samen met de andere gasten aan tafel voor het avondeten. Eerst wordt de pot soep op tafel geploft, gevolgd door boeuf bourguignon met rijst en een gerijpt stukje tomme de Savoie als afsluiter. Het roept meteen nostalgische herinneringen op aan de jeugdkampen van vroeger.





5. Nog een laatste stukje kaas
Reeds voor dag en dauw vatten we de retour naar Méribel aan. De temperaturen zijn nog aan de frisse kant en ook de zon schijnt nog niet in vol ornaat. De terugweg is iets korter dan de dag voordien en in dalende lijn. Reeds na anderhalf uur stappen bereiken we dan ook de Lac de Tuéda opnieuw. Jammer genoeg luidt dat eveneens het einde van onze zomerse vakantie in Méribel in. Maar vooraleer we huiswaarts keren, wens ik nog een specialiteit uit de regio mee te smokkelen.
La Ferme Perret is een familiale kaasmakerij, idyllisch gelegen aan de oevers van de Lac de Tuéda. Ze produceren er voornamelijk Beaufort Chalet d’Alpage, een beschermde kaassoort uit de Savoie. Hun 135 tarine- en abondancekoeien grazen hier in alpenweides op meer dan 1500 meter hoogte en leveren melk van hoge kwaliteit voor de kaas. Pas na een verblijf van vijf tot twaalf maanden in een frisse, vochtige kelder, is de kaas rijp voor verkoop.
Tijdens ons bezoek is de kaasmakerij helaas gesloten, vanwege grondige renovatiewerken. Gelukkig hebben ze als alternatief een chalet neergepoot, als tijdelijk verkooppunt. Op die manier kunnen we tóch nog een brok beaufort scheefslaan en ook thuis nog wat nagenieten van onze memorabele trip naar Méribel. Want dit smaakt écht wel naar meer. Merci, Méribel!






Inpakken en wegwezen!
1. Erheen
Méribel ligt op ongeveer 900 kilometer van Brussel.
Wij reisden echter met de trein naar Méribel. Eerst spoor je in ongeveer 7 uur tijd van Brussel naar Moûtiers-Salins-Brides-les-Bains. Onderweg stap je minstens tweemaal over: een eerste keer in Parijs of Lyon en nog eens in Chambéry-Challes-les-Eaux (sncf-connect.com). De regionale treinen tussen Chambéry en Moûtiers worden wel vaak vervangen door bussen. In dat geval ligt het busstation van Chambéry op vijf minuten wandelen van het treinstation.
Vanaf Moûtiers is het tenslotte nog een halfuur per taxi naar Méribel. In de maanden juli en augustus rijdt er ook enkele keren per dag ook een publieke bus van lijn S64 over dit traject (altibus.com).

2. Vervoer ter plaatse
Hoewel je in Méribel veel te voet kan doen, is dit bergdorp best wel uitgestrekt en kent het ook heel wat niveauverschillen. Gelukkig kan je ter plaatse gebruik maken van een gratis netwerk van lijnbussen: Méribus. Er rijden bussen van het centrum van Méribel naar onder andere de Altiport en de Golf de Méribel, Les Allues en Méribel-Mottaret. Alle lijnen komen samen aan de halte Méribel-Chaudanne, ter hoogte van het Parc Olympique en de liften naar La Tougnète.
Tijdens de zomer zijn evenwel niet alle liften geopend. Vanuit Méribel heb je enkel het duo Tougnète 1 & 2 naar omhoog. Vanuit Méribel-Mottaret is alleen de cabinebaan Pas du Lac in dienst. Er zijn aparte liftpassen voor voetgangers en voor mountainbikers (skipass-meribel.com/en/all-summer-pass).
Tussen Méribel-Chaudanne en Méribel-Mottaret slingert ook een mooie wandelpad, langsheen de onstuimige Doron: Sentier au Fil de l’Eau. Het pad voert doorheen een lommerrijk dennenbos, rakelings langs de kolkende rivier en soms ook ertussenin! Reken op zo’n 45 minuten stappen in het naar beneden gaan en een uur in het naar boven gaan.



3. Overnachten
Wij verbleven in het centrum van Méribel in het charmante Hôtel L’Eterlou, opgetrokken in de traditionele chaletstijl die Méribel zo typeert. Dit is overigens het enige hotel in het dorp met een buitenzwembad, wat tijdens de zomer een mooie meerwaarde biedt.



Daarnaast brachten we ook een nachtje door in de Refuge du Saut, een afgelegen berghut op zo’n 2,5 uur hiken van Méribel-Mottaret. Er is slechts plaats voor 25 personen, dus op voorhand reserveren is aangeraden. Avondeten en ontbijt zijn steeds inbegrepen in de prijs. Elektriciteit en warm water zijn er schaars. Neem bij voorkeur ’s avonds een douche, wanneer de zon het water voldoende heeft kunnen opwarmen. Breng ook een externe batterij mee om je mobiele telefoon ’s nachts op te laden, want de stopcontacten in de hut staan niet standaard onder spanning. De Refuge du Saut is geopend van midden juni tot midden september.
4. Tips voor restaurants
Hieronder enkele leuke adresjes in Méribel om iets te eten of te drinken:
- Fifi is een kleinschalig restaurant met een Italiaans geïnspireerde keuken. Het interieur is hip ingericht met een hedendaags design, maar misschien wil je er ook wel buiten op het terras zitten. Tijdens het diner zit je er in de avondzon en geniet je van een fenomenaal uitzicht over de vallei van de Doron.
- Hogerop in Méribel, in de wijk Rond-Point des Pistes, tref je het knusse restaurant Lilie aan. De naam is een ode aan de grootmoeder van de huidige eigenaar, Sylvain Chardonnet. Op het menu simpele, maar lekkere gerechten. Grootmoeders keuken op z’n best dus. In het midden van de zaak pronkt een prachtige bar en verder vind je er ook een traiteur en een wijnhandel.
- Le Clos Bernard ligt goed verscholen in de bossen nabij de Altiport, de kleine luchthaven van Méribel. Op de kaart voornamelijk vleesgerechten vanop de houtskoolgrill. Een leuke stop tijdens het wandelen of mountainbiken.
- Aan de rand van de Lac de Tuéda ben je voor een snelle hap meer dan welkom in La Buvette de Tuéda. Ze serveren er tal van lokale gerechten uit de Savoie. Bestel je er misschien een croziflette, een variant op de welbekende tartiflette, maar dan met champignons.
- Het door Britten gerunde Jacks is een leuke plek in Méribel voor bier en burgers. Dit is overigens het enige restaurant dat er het hele jaar rond open is.




Overzichtskaart
Wij maakten deze trip op uitnodiging van Higher Agency en in samenwerking met Méribel Tourism.

