Reis mee Rondreis

Op Roadtrip door Jordanië

Met de huurwagen een week lang door een boeiend land vol historie, zout water en rood zand

Uitgesleten kloven, rode woestijnen, antieke steden en dode zeeën. Dát is wat je van het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië ruwweg mag verwachten. Maar dit ‘andere Heilige Land’ net ten oosten van Israël verdient heus wel wat meer duiding. Met een groepje van vier kammen we daarom dit ontroerende rijk grondig uit van noord naar zuid, en terug, en gaan we nieuwsgierig op zoek naar wat er achter elk van deze sleutelbegrippen precies schuil gaat. En dat in putje winter!   

Het is al een stuk in de namiddag wanneer we vanaf de luchthaven van Amman koers zetten richting Wadi Musa, in het zuidwesten van Jordanië. Met nog een slordige 240 km voor de boeg navigeer ik de huurwagen als een geboren stuurman over de kronkelende Kings Highway, goed voor een viertal uur aan rijplezier. Het had nochtans sneller gekund via de parallelle Desert Highway. Maar waarom kiezen voor een eentonige autosnelweg over eindeloze zandvlaktes als je voor een oude handelsroute doorheen dramatische landschappen kan reizen? Mijn gedacht! Net Voorbij het dorpje Dhiban krijgen we zo het dorre dal van Wadi Mujib in ons vizier, waar de weg met menig haarspeldbocht de gapende diepte induikt. We houden even halt om een blik te werpen over de immense vallei, tot we ineens in het Nederlands aangesproken worden: “Kom een kopje koffie drinken, lekker!” Geen aangespoelde Nederlander zo blijkt, die kom je namelijk overal tegen, maar wél de sympathieke uitbater van een plaatselijke ‘Lidl’. Al betwijfel ik of dit filiaal ook maar enig verband houdt met de gelijknamige supermarktgigant. Het winkeltje in casu stelt niet veel meer voor dan een betonnen bunker beschilderd met een kameel, een palmboom en een beperkte doch Nederlandstalige menukaart. Zelfs in Brussel is die laatste nauwelijks nog te vinden. Veel meer woorden in mijn moedertaal met onze Jordaanse vriend uitwisselen lukt helaas niet, maar Engels gelukkig wel. Hij vertelt ons dat hij familie in Utrecht wonen heeft, wat meteen de link legt met de taal van Willem van Oranje op zijn bescheiden bedoeïenzaak. We gaan in op zijn initiële voorstel en bestellen nog snel even een koffie alvorens de rit verder te zetten. De zon flirt al wat met de bergtoppen in de verte en we hebben nog een flink stuk weg te trotseren.

“We houden even halt om een blik te werpen over de immense vallei, tot we ineens in het Nederlands aangesproken worden.”

Een brokje geschiedenis

Ochtend in Wadi Musa, dat letterlijke ‘de vallei van Mozes’ betekent. Maar we zijn hier niet voor deze grote meneer. Wél voor een curiositeit die wellicht vele mensen als bekend in de oren klinkt: Petra, Unesco werelderfgoed en tevens één van de zeven nieuwe wereldwonderen. Eerst even een brokje geschiedenis dan. Deze prehistorische stad begon vooral vanaf de 1e eeuw v.Chr. furore te maken als hoofdstad van de Nabateeërs, een Arabisch volk uit de Klassieke Oudheid. Het is van destijds dat de uit zandsteen gebeitelde graftombes dateren, het karakteristieke beeld van Petra dat we allemaal kennen. De Romeinen namen er vervolgens de fakkel over en breidden de stad verder uit. In het jaar 363 dan werd Petra door een vernietigende aardbeving getroffen. De stad werd stelselmatig verlaten en op den duur dwaalden hier alleen nog een handvol nomaden rond. Het prominente Petra verdween stilaan in de vergetelheid. Pas in 1812 ontdekte de Zwitserse geoloog Johann Ludwig Burckhardt de verborgen stad met behulp van een plaatselijke bedoeïenstam. Tegenwoordig ligt de site er allesbehalve verlaten bij en wordt ze jaarlijks door honderdduizenden toeristen bezocht.

Johnny Depp

We spelen op slim en trekken maar liefst twee volle dagen uit om de omvangrijke site van Petra duchtig onder de loep te nemen. We hebben geluk, want de week voordien waren ze hier nog in het internationale nieuws omwille van hevige overstromingen. Bij regenval kunnen de drooggevallen wadi’s namelijk nogal snel in kolkende wildwaterrivieren transformeren, iets waar we vandaag geen schrik voor moeten hebben. De zon toont zich op dit moment van haar beste kant, van regenwolken is er in de verste verte geen sprake. Langsheen een intussen verschrompelde rivierbedding dalen we de toegangsroute tot de site af, geflankeerd door al enkele sobere, uit de rotsen gehakte graftombes als proloog voor wat nog komen zal. Na een kilometer bereiken we de siq, een magische kloof die ons naar een verborgen sprookjeswereld loodst. Deze legendarische corridor is slechts een paar meter breed en het is er oppassen geblazen voor de vele paarden met kar die er aan een rotvaart luie toeristen aan- en afvoeren. Maar de afgunst wijkt al snel weer voor kinderlijke nieuwsgierigheid. Achter iedere bocht van de metershoge rotswanden is het telkens weer uitkijken naar wat er nu weer op het toneel zal verschijnen. En dan, tussen de spleten van de laatste bocht in de siq, onthult Al Kazneh zich trots aan ons. Ik voel mij even helemaal zoals Harrison Ford in de film “Indiana Jones and the Last Crusade” die er met een verbaasde blik de siq komt uitgalopperen. Ikzelf moet het echter zonder het paard tussen mijn dijen stellen, maar de verwondering op mijn gezicht moet zeker niet onderdoen voor dhr. Jones. Het is een ware streling voor het oog om te zien hoe ingenieus dit merkwaardige bouwwerk, alias de Schatkamer, eeuwen geleden met pure mankracht uit de rozerode rotsen gehouwen werd en quasi volledig de tand des tijds doorstaan heeft. Enkele opdringerige bedoeïen onderbreken jammer genoeg al snel de ingebeelde heroïsche filmmuziek en trachten ons te verleiden tot een ritje per kameel of een gegidste tocht naar een uitkijkpunt. Maar ze vangen bot bij ons. ‘Johnny Depps’ zouden we hen de rest van ons verblijf in Petra noemen. Omwille van hun kledij en uiterlijk is de fysieke gelijkenis met die ene kapitein van de Black Pearl nogal treffend.

“En dan, tussen de spleten van de laatste bocht in de siq, onthult Al Kazneh zich trots aan ons.”

Hospitality

Veel dagjestoeristen gaan niet verder dan Al Kazneh en vluchten na de obligatoire selfie-sessies en een blitsbezoek aan de souvenirshop prompt terug de kloof in richting autocar. Maar de Schatkamer vormt nog maar de toegangspoort tot een uitgestrekt gebied met nog meer uitgehouwen graftombes en restanten van een stad die ooit 25.000 inwoners telde. Sportievelingen kunnen hun gading vinden op één van de vele trails die de bergen rond de weidse vallei van Petra doorkruisen. Wij slaan zo iets voor het Romeins theater linksaf en vatten met de High Place of Sacrafice Trail een fikse klim doorheen een smalle kloof aan. Aan de zijlijn moedigen enkele mekkerende geiten ons alvast enthousiast aan. Eenmaal boven is er van de vroegere offerplaats niet veel meer te bespeuren, maar het uitzicht nabij de bedoeïentent daar is om van te smullen. Tijd voor een welverdiende pauze, beslissen we unaniem. We bestellen bij de nomadentent een heerlijke kopje shai, zoete zwarte thee die men oh zo graag drinkt in Jordanië, en zwieren we de benen over een richel van wel honderden meters hoge rotsen. Petra ligt er letterlijk aan onze voeten. Nu pas is te zien wat voor omvang de historische stad vroeger moet gehad hebben. De heerlijke shai gaat er intussen vlotjes in en onze lege glaasjes doen de waard meteen weer uit zijn tent lokken. Bij het zien van ons leeggoed haalt hij prompt de pruttelende ketel van het houtvuur en biedt ons een refill aan. We bedanken eerst vriendelijk, maar hij staat er precies toch op. “Hospitality,” motiveert hij nogmaals. We kunnen zijn door mascara gecreëerde pandaogen moeilijk weerstaan en stemmen uiteindelijk onder lichte vorm van hypnose in. Op die ene Jordaanse Dinar per shai (ongeveer € 1,25)  zal het nu ook wel niet aankomen. Per slot van rekening wordt ons toch maar één rondje aangerekend, het tweede was er dus effectief eentje van het huis. Zelfs onze fooi aanvaardt de nomade pas na lang tegenpruttelen. Van een gastvrijheid gesproken!

Weg sfeer

Tijdens de afdaling doorheen de Wadi Al Farasa lopen we amper nog andere zielen tegen het lijf. De stilte is er met momenten oorverdovend en de uitgeholde graftombes die we onderweg aantreffen hebben we voor ons alleen. Behalve één dan, waar een bedoeïengezin huis houdt. Een handvol nomaden van de oorspronkelijke B’doulstam vertoeft namelijk nog steeds in dit gebied en leeft er heden ten dage van het toerisme. Langsheen de achterzijde van wat er nog rest van de Grote Tempel bereiken we de Decumanus Maximus, de hoofdstraat van Petra in Romeinse tijden. Grootse monumenten zoals de Poort van Hadrianus, de Tempel van de Gevleugelde Leeuwen en een Byzantijnse kerk met fraaie mozaïekvloer vallen hier na vele eeuwen van verweer nog steeds in ietwat afgebrokkelde glorie te bewonderen. Maar de avond valt stilaan en de site nadert haar sluitingsuur. We smeren ‘m dus, de rest is voor morgen.

Byzantijnse kerk
Poort van Hadrianus

Of toch niet helemaal, want na het diner in Wadi Musa keren we terug voor Petra by Night. Duizenden lantaarns met kaarslicht toveren het pad naar en doorheen de siq om in een feeërieke landingsbaan naar een mysterieus universum. Op het plein voor Al Kazneh vlijen we ons neer op tapijten, geen vliegende helaas, en krijgen we een gratis kopje shai aangeboden. “Hospitality,” herinner je je nog? Een mozaïek van kaarslichtjes meet de gebeeldhouwde voorgevel van de Schatkamer een magisch jasje aan en creëert zo een romantische stemming. En dan begint de ‘show’. Een bedoeïen speelt in een intieme solo-act traditionele Jordaanse liederen op een ney, een Arabische fluit, terwijl een resem spots alle kleuren van de regenboog op de façade van Al Kazneh projecteert. Als verhaaltje voor het slapengaan krijgen we vervolgens ook nog een kroniek over de Nabateeërs te berde gebracht. Na een half uurtje loopt het ‘spektakel’ op zijn einde en wordt de serene sfeer abrupt verstoord door een generator die uit zijn slaap ontwaakt, enkele seconden later gevolgd door het paarsblauwe TL-licht van de souvenirwinkel dat aanflitst. Weg sfeer.

“Duizenden lantaarns met kaarslicht toveren het pad naar en doorheen de siq om in een feeërieke landingsbaan naar een mysterieus universum.”

Vier man en zelfs nog geen paardenkop

Dag 2 in Wadi Musa. Om klokslag 6u ‘s ochtends ontgrendelen Petra’s poorten voor vier man en zelfs nog geen paardenkop. Wij zijn alvast present! Nog voor dag en dauw zakken we gezwind het pad doorheen de siq af alsof we er al jaren kind aan huis zijn. Op dit onmenselijk vroege uur is het bij Al Kazneh nog een ney van een cent om het architecturale pareltje op de gevoelige plaat te zetten zonder ook maar één toerist voor de lens te riskeren. Zelfs van de ‘Johnny Depps’ is nog geen kamelenspoor te bekennen. We slenteren doorheen het resterende deel van de siq en slaan een honderdtal meter voorbij het Romeins theater rechtsaf een wegel in, de start van de Al-Khubtha Trail. Eerst passeren we nog de koninklijke tombes die als rijhuizen naast elkaar met de bergwand versmolten lijken, gevolgd door een aaneenschakeling van stijgende trappen om de berg heen. Een goeie conditie komt hier best wel van pas. Maar het doel heiligt de middelen. De beloning is immers een adembenemend vogelperspectief op Al Kazneh. Eén dat niet zo druk bezocht wordt als dat andere uitkijkpunt dat de ‘Johnny Depps’ beneden tegen betaling voorstellen. Hier kost het je hooguit een shai, want pal op het panoramapunt staat een nomadentent wel erg strategisch opgesteld. We zijn niet de eersten, maar gelukkig is er op de eerste rij nog plaats vrij. De bewolking dreigt eerst nog wat roet in het eten te gooien, maar al snel ontrolt de opkomende zon een goudgele sluier over de rode voorgevel van de Schatkamer. Een idyllische setting om ons ontbijtpakket van het hotel naar binnen te werken. Enkel op de shai zal het nog even wachten zijn. In een hoekje van zijn etablissement ontwaakt de lokale Jack Sparrow echter nog maar net uit zijn slaap. Nog niet voorzien van oogpotlood en keffiyeh, het traditionele hoofddeksel bij bedoeïen, vraagt hij ons slaperig hoe laat het is en schiet dan meteen in actie, alsof hij de trein moet halen.

“Enkel op de shai zal het nog even wachten zijn. In een hoekje van zijn etablissement ontwaakt de lokale Jack Sparrow echter nog maar net uit zijn slaap.”

Ad Deir, alias het Klooster

Het einde van de wereld

Beschik je, net zoals wij, ook over voldoende tijd in Petra, dan is een bedevaart naar Ad Deir een must. Die is te bereiken via een steil pad dat start aan het Basin restaurant, in het hart van Petra. Ad Deir, ook wel het Klooster genoemd, is voor de verandering een eveneens uit steen gekapt bouwwerk, van om en bij 2000 jaar oud. Eerst deed het dienst als grafruimte, later als klooster. Het is niet lang gissen naar haar bijnaam dus… En dan trekt een wegwijzer onze aandacht, met de wat onheilspellende bestemming “End of the World Coffee Shop”. De pijl wijst richting een afgelegen tearoom ‘bedouin style’. Blijkbaar halen niet veel mensen het tot het einde van de wereld, want we zijn de enige klanten hier. We bevinden ons dan ook op meer dan 6 km van de hoofdingang. De herbergier profiteert van de rustige situatie om wat dakwerken uit te voeren aan zijn zaak, maar komt met veel plezier van dat dak af om ons een heerlijk tasje shai te serveren. Voor ons strekt zich een woest landschap van ruwe bergen en diepe dalen uit, met erachter de grote leegte van de riftvallei van Wadi Araba.

“Mits wat verbeelding zie je Matt Damon in zijn ruimtepak uit de film “The Martian” eenzaam en alleen doorheen de doodse valleien dolen.”

Mars

’s Anderendaags verlaten we Wadi Musa en bollen we verder in zuidelijke richting, nog verder dan het einde van de wereld zelfs. Onze volgende halte wordt er namelijk eentje van buitenaards allooi. Een veertigtal kilometer voor de badstad Aqaba verlaten we de snelweg en waden we de woestijn van Wadi Rum in. Steen en zand kleuren hier zodanig rood dat we ons op de planeet Mars wanen. Wadi Rum mocht dan ook al vaak als decor dienen voor een heleboel science fiction-films die zich op de rode planeet afspelen. Kort na de middag bereiken we het Hasan Zawaidehkamp, onze slaapplaats voor de volgende nacht. De woestijn lonkt, dus regelen we bij check in meteen een excursie van vier uur 4×4. Met ons vieren in de open laadbak loodst onze privéchauffeur de terreinwagen vlot doorheen het mulle zand, doorheen een omgeving dat veel weg heeft van een uitgedroogde zeebodem met ontelbaar veel rotseilandjes om ons heen. Bij één daarvan gaan we aan wal en klauteren we de rode rotsen op. Ik voel mij nog maar een nietige mier in het desolate landschap dat zich vervolgens aan mijn zicht ontvouwt. Het is er bovendien zodanig stil dat ik mijn eigen hart haast hoor kloppen. En mits wat verbeelding zie je Matt Damon in zijn ruimtepak uit de film “The Martian” eenzaam en alleen doorheen de doodse valleien dolen. Ik ben overtuigd: we zijn niet langer meer in Jordanië, we zijn op Mars!

Jordanië of Mars?

De macarena

Terug in het kamp verzamelen we met de andere gasten buiten aan de eettent voor de moment suprême van de avond. Een medewerker in traditionele kledij begint naarstig met een schop in het zand te graven. Geen archeologische opgravingen, wél ons diner. Enkele minuten later wordt een koker vol lekkers uit een dampende put geoogst. Een heerlijk assortiment aan lamsvlees, kip en groentjes heeft er urenlang in een ondergrondse oven liggen garen. Na het smakelijke avondmaal barst als toetje nog een klein feestje in de eettent los. Nooit gedacht dat ik te midden van de woestijn ooit nog de Macarena zou dansen… We ruilen de bedoeïendisco al snel in voor de aanpalende tent. Als echte, traditionele nomaden zakken we er lekker onderuit rond een open haardvuur met een kopje thee in de ene hand en een waterpijp in de andere. Shai en shisha, dat wordt ons credo voor de rest van de avond.

“De regen gutst met bakken uit de grauwe lucht, er staat een schrale wind en het kwik kruipt niet hoger dan 6 graden boven het vriespunt.”

Na een ontspannen nachtrust laten we de gigantische zandbak van Wadi Rum achter ons en reizen weer noordwaarts, op naar de Dode Zee. Onderweg voorzien we een stop in het middeleeuwse bergdorpje Dana, dat weergaloze vergezichten over het gelijknamige natuurreservaat belooft. Maar dat is even buiten de waard gerekend, en daarmee bedoel ik niet die ene Johnny Depp uit Petra. Donkere wolkenformaties drijven dreigend over de lege zandvlaktes en lossen van tijd tot tijd wat hemelwater. Zodra we met de auto de bergen rond Dana intrekken, is zelfs het kortbijzicht met de noorderzon verdwenen en moet ik bijna stapvoets rijden om de loop van de baan nog te detecteren. We parkeren de wagen heelhuids aan de kleine dorpsmoskee van Dana. De regen gutst met bakken uit de grauwe lucht, er staat een schrale wind en het kwik kruipt niet hoger dan 6 graden boven het vriespunt. Dit is Jordanië in december. De ene dag loop je er nog in korte broek en t-shirt rond, de andere dag kun je een dikke winterjas verdragen. Desondanks beslissen we om toch even door de geplaveide straten van dit charmante dorpje te kuieren, terwijl andere toeristen hun kat sturen in dit hondenweer. Dana oogt dus niet erg internationaal vandaag. Al snel gooien ook wij de handdoek in de ring en vluchten een pension in om even terug op temperatuur te komen bij wijze van een dampende shai. Of wat had je gedacht? In het salon ontmoeten we twee landgenoten die er de tijd zitten te doden. De twee jeugdige vrienden hadden het idee opgevat om te gaan hiken in het natuurreservaat van Dana, maar dat valt dus letterlijk in het water. Ze vertellen ons dat Petra zelfs haar deuren heeft moeten sluiten vandaag wegens wateroverlast. Van een goede timing gesproken!

“Desondanks beslissen we om toch even door de geplaveide straten van dit charmante dorpje te kuieren, terwijl andere toeristen hun kat sturen in dit hondenweer.”

Een peperkoeken huisje

We ruilen de bergen weer in voor de eindeloze weides van stof en steen. De grijze wolken ruimen intussen plaats voor een kleurrijke regenboog. Tuffend over een ruraal baantje komt ter hoogte van de stad Madaba dan eindelijk de Dode Zee over de einder piepen. Maar er wacht ons eerst nog een lange weg naar beneden. Het wateroppervlak van de Dode Zee ligt immers 420 meter onder zeeniveau, wat het de laagste plaats op Aarde maakt. We checken in bij het luxueuze Mövenpick Dead Sea Resort, een riant hoteldomein aan de oevers van de Dode Zee met verschillende buitenzwembaden, restaurants en een ontspannende spa. We lopen de lobby van het hotel binnen, waar een grote kerstboom alvast de show steelt. Het keukenpersoneel legt naast de dennenboom nog de laatste hand aan de constructie van een peperkoeken huisje. Uit schrik om in een oven te belanden beslis ik toch maar wijselijk om er niet van te smullen en gewoon braafjes het copieuze buffet van die avond af te wachten.

De gigantische, rozerode zandbak van Wadi Rum
Eindeloze weides van stof en steen
Schuimkopjes op de Dode Zee

Opblaaskrokodil

Ons resort beschikt over een eigen stuk strand, enkele tientallen treden naar beneden. Door uitdroging zakt het waterpeil van de Dode Zee met maar liefst een meter per jaar. Toen de eerste hotels hier rond het jaar 2000 verrezen, lagen ze wellicht nog aan de waterlijn. Intussen steken ze tientallen meters boven het water uit, wat de extra trappen verklaart. Haast je dus vooraleer het helemaal te laat is! De Dode Zee heeft trouwens zijn naam zeker niet gestolen. Het hoge zoutgehalte laat niets van onderwaterleven toe, maar laat bovenwaterleven zoals wij wel moeiteloos zoals een opblaaskrokodil op het water drijven. Gezellig pootje baden en tegelijkertijd de krant lezen zit er vandaag wel niet in. De gure wind zorgt voor een onstuimige zee en boetseert zelfs schuimkopjes op het klotsende water. Mijn kameraad Jochen gaat als eerste het water in, maar moet al snel een golf van zout water in het gezicht incasseren. De redder op het keienstrand snelt meteen met een tuinslang te hulp en spoelt Jochens piekende ogen uit met zoet water. Maar ik laat mij er niet door afschrikken. Schoorvoetend waad ik het water in tot aan mijn heup en laat mij er dan met een trust fall in achterover vallen. Het zout reageert onmiddellijk en zorgt ervoor dat ik niet kopje onder ga. En daar dobberen we dan met z’n allen op het zilte zeeoppervlak, met handen en voeten in de lucht. Topografisch gezien misschien wel het dieptepunt op onze reis, maar inhoudelijk vooral een hoogtepunt.  

“En daar dobberen we dan met z’n allen op het zilte zeeoppervlak, met handen en voeten in de lucht.”

Wadi Numeira

Met een royaal ontbijtbuffet achter de kiezen cruisen we daags nadien met de wagen over de Dead Sea Highway. Aan de overzijde van de Dode zee is de kustlijn van Israël en Westelijke Jordaanoever duidelijk zichtbaar. Het is opmerkelijk om te zien hoezeer de zee zich in de loop der jaren teruggetrokken heeft en de waterlijn de kliffen vaak niet meer raakt. We houden halt op een willekeurige plaats en wandelen tot op het strand dat noch uit zand, noch uit keien bestaat, maar uit korsten van oogverblindende zoutkristallen die als diamanten in het zonlicht schitteren. Nabij het dorpje Safi, waar het bekken van de Dode Zee in de kurkdroge Wadi Araba overvloeit, laten we de auto langs de kant van de baan achter en hinken we over de keien van een bijna drooggevallen rivierdelta in de richting van de bergen. Niet veel later staan we moederziel alleen voor de mond van een indrukwekkende kloof. Het gaat om de Wadi Numeira, die zelden in reisgidsen vermeld wordt. De toegangspoort tot deze hidden gem wordt gemarkeerd door een massief rotsblok dat, gekneld tussen twee rotswanden, ietwat angstaanjagend boven onze hoofden bengelt. Wadi Numeira heeft wat weg van de siq in Petra, maar dan zonder verhard pad, drommen toeristen en aanstormende paarden. Het enige lawaai komt van een kabbelend riviertje dat zich een weg doorheen de ravijn baant. De breedte van de kloof neemt meer en meer af naarmate we de siq verder penetreren. Op sommige plaatsen kunnen we zelfs beide rotswanden tegelijkertijd aanraken. We moeten nu voortdurend van de ene naar de andere oever van het riviertje hoppen. Daarbij de voeten helemaal droog houden is geen sinecure, maar ik heb er de natte voeten best wel voor over.

“Wadi Numeira heeft wat weg van de siq in Petra, maar dan zonder verhard pad, drommen toeristen en aanstormende paarden.”

Zagen als de beste

We verlaten de vallei van de Dode Zee. De weg slingert omhoog en omlaag doorheen groene heuvels met weelderige vegetatie, iets wat we de voorbije dagen nog niet veel zagen. Helaas moeten we ook de regen er weer bij nemen, iets wat we spijtig genoeg wél al genoeg zagen. En zagen over het weer kunnen wij Belgen als de beste, maar we laten het niet aan ons hart komen. We rijden Jerash binnen, een stad in het noorden van Jordanië die de grote archeologische site van Gerasa herbergt. Het gaat om de overblijfselen van een Romeinse stad die een grote bloei kende rond het begin van onze jaartelling en tevens lid was van de Decapolis, een tienstedenverband in de Romeinse provincie Syria, waar ook de huidige Jordaanse hoofdstad Amman tot behoorde. Ondanks een hevige aardbeving in het jaar 746 staat er best wel nog wat overeind van de eeuwenoude monumenten, zoals de hippodroom, twee openluchttheaters, de tempel van Artemis en de fenomenale zuilenrij van het ovale forum.

De historische site van Gerasa, ooit onderdeel van de Decapolis

Een rommelige skyline

Uitgeregend karren we naar Amman voor de laatste stop van onze reis. Tot nu toe reden we steeds over rustieke wegen, maar het centrum van Jordaniës hoofdstad is toch wel andere koek. Aan een druk rond punt duw ik vastberaden de snoet van de auto beetje bij beetje meer naar voren, tot ik er uiteindelijk in slaag om in de circulaire verkeersstroom opgenomen te worden. Een gevoel van victorie maakt zich kort even meester van mij. Hier braafjes je voorrang afwachten kost je namelijk minstens een week de tijd. Amman is een perfect voorbeeld van hoe een hedendaagse stad in het Midden-Oosten eruit ziet, en dat niet alleen op vlak van verkeer: Levendige straten versierd met slingers van verstrengelde elektriciteitskabels, volkse markten waar kooplui hun waren aanprijzen, een wirwar aan trappen die de wijken op diverse niveaus met elkaar verbindt en uiteraard hier en daar een moskee waarvan de Grote Husseinmoskee de meest opvallende is.

“Amman is een perfect voorbeeld van hoe een hedendaagse stad in het Midden-Oosten eruit ziet”

Bovenop de citadel van Amman treffen we onder andere de Tempel van Hercules aan en zien we vanaf hier eveneens het goed bewaarde openluchttheater en het odeum van Amman op de begane grond liggen, overblijfselen van de vroegere Romeinse stad Philadelphia. Het plateau van de citadel torent hoog boven de stad uit en wordt omringd door een rommelige skyline van met huizen en minaretten bezaaide heuvels. Misschien niet het meest pittoreske panorama van onze trip, maar de wanorde weekt best wel een bepaald gevoel van schoonheid in me los. Ook culinair gezien blijven we in Amman niet op onze honger zitten. Voor het laatste avondmaal schuiven we de voeten onder tafel bij restaurant Sufra in Rainbow Street. Als aperitiefhapje werken we eerst een portie falafel naar binnen. Erna waag ik mij dan aan een verrukkelijke fukharat lahmeh, een stoofpotje van lamsvlees met tomaat, aardappelen en ajuin. Enkel een bijpassend wijntje als afsluiter moeten we hier missen. Het is en blijft een islamitisch land. Al kun je hier en daar wél alcohol verkrijgen, maar dan vooral in de hotels en in een handvol liquor stores. Op de heilige Neboberg verbouwt men nochtans uitstekende Jordaanse wijn en zelfs Petra beschikt over haar eigen bier. Het hoeft immers niet altijd thee te zijn.

“Het plateau van de citadel torent hoog boven de stad uit en wordt omringd door een rommelige skyline van met huizen en minaretten bezaaide heuvels.”


Logeren

Wij verbleven in Petra Palace te Wadi Musa, in het Hasan Zawaidehkamp in de woestijn van Wadi Rum, in de Mövenpick Resort & Spa Dead Sea aan de oevers van de Dode Zee en eindigden met een nachtje in het Nomads Hotel pal in het centrum van Amman. Allemaal heel uiteenlopende accommodaties op vlak van luxe en faciliteiten, maar dit zorgde juist voor nog meer variatie tijdens de rondreis. Klik op de foto’s hieronder voor meer details over de hotels.


Deze trip arrangeren

Erheen

Ryanair is momenteel de enige luchtvaartmaatschappij die een rechtstreekse verbinding onderhoudt tussen België (Brussel-Zaventem) en Jordanië (Amman Queen Alia Airport), a rato van één à twee vluchten per week. Een andere optie is met Royal Jordanian rechtstreeks vanuit Amsterdam naar Amman. Vluchtduur ca. 4,5u. Skyscanner.nl

De Jordan Pass is een absoluut hebbeding om Jordanië vlot te verkennen. Dit is een toeristische pas die je toegang verleent tot de voornaamste bezienswaardigheden in het land en kan reeds op voorhand via internet aangekocht worden. Wij gebruikten deze pas voor het bezoek aan onder meer Petra (keuze uit één of twee dagen toegang, exclusief nocturnes), Wadi Rum en de archeologische site van Gerasa. Maar dit zijn slechts een paar voorbeelden uit het ruime aanbod. Met deze pas kun je trouwens het anders verplichte visum zomaar weg wuiven, op voorwaarde dat je minstens drie nachten in het land verblijft. Er is wél nog steeds een internationale reispas vereist. Wij betaalden 75 Jordaanse Dinar (ca. € 95) voor de Jordan Pass, inclusief twee dagen toegang tot Petra. Wetende dat een tweedagenticket voor Petra ter plaatse al 55 Dinar kost en een visum 40 Dinar, is de rekening al snel gemaakt. Alle overige bezienswaardigheden krijg je er dus als het ware gratis bij. Jordanpass.jo


Vervoer ter plaatse

Wij regelden een huurwagen bij Sixt, die een filiaal op de luchthaven van Amman Queen Alia heeft. De wegen in Jordanië zijn in goede staat, alleen dient men wel rekening te houden met de wilde rijstijl van de Jordaniërs. Het verkeer in de hoofdstad Amman is erg chaotisch, maar eenmaal erbuiten gaat het er stukken rustiger aan toe, des te meer hoe zuidelijker je gaat. Je houdt je best overal aan de maximumsnelheid, ook op de wegen in het midden van de woestijn. Er staan namelijk heel wat flitspalen en er is veel politiecontrole. De agenten zetten regelmatig auto’s aan de kant voor een routinecontrole, ook al houd je je perfect aan de verkeersregels. Je houdt dus best je internationale reispas steeds in de buurt. Wanneer alles in orde blijkt, volgt meestal een erg vriendelijke verwelkoming in Jordanië en mag je de rit zonder enig probleem verder zetten. Wees zeker ook waakzaam voor de vele verkeersdrempels die soms zonder enige aankondiging voor je uit het wegdek opdoemen, zelfs op de autosnelwegen. Vooral in het donker zie je ze pas op het laatste nippertje en ervaar je een kort gevoel van gewichtloosheid in de wagen. Het gewone Europese rijbewijs is ook in Jordanië geldig, dus een internationaal rijbewijs is niet vereist.


Congé à volonté

1 reactie op “Op Roadtrip door Jordanië

  1. Pingback: Zomerkriebels op Kreta – Op Congé met Xavier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: