Citytrip In de kijker Reis mee

Buitengewoon Istanboel

Een uniek stukje oriëntaals Europa, daar waar twee continenten elkaar omhelzen

Istanboel, een mythische stad op het kruispunt van Europa met Azië, enkel van elkaar gescheiden door het zilte zeewater van de meanderende Bosporus, die de Zwarte en Middellandse Zee naadloos op elkaar aansluit. Hier proef je van de vele mondiale invloeden die beide continenten al eeuwenlang op deze machtige metropool uitoefenen, maar merk je evenzeer hoe Istanboel erin geslaagd is om een eigen identiteit te ontwikkelen. Indien de wereld één natie was, dan was Istanboel er ongetwijfeld de hoofdstad van.

Na een luchtsprongetje van op de kop drie uur land ik op de luchthaven van Istanboel-Atatürk, vernoemd naar de stichter van het huidige Turkije. Tussen de wachtende massa in de aankomsthal ontmoet ik mijn gids Zerrin. Zij zal mij de komende dagen onderdompelen in al het moois wat Istanboel te bieden heeft. De wereldberoemde galetten van Jules Destrooper, die ik als presentje vanuit Brussel meegesmokkeld heb, breken meteen al het ijs tussen ons. Eenmaal in de taxi zoek ik hopeloos naar de veiligheidsgordel, tot groot jolijt van Zerrin. “Niemand gebruikt die hier,” gniffelt ze. Niet dat de rijstijl van de Istanboelse chauffeurs mij enigszins gerust stelt, want in ware F1-stijl snellen we richting het charmante hotel Armada, mijn onderdak voor de komende nachten. Na check in nodigt Zerrin mij terstond uit voor een typisch Turks diner in het hotelrestaurant die avond, een invitatie die ik niet kan afslaan. Snel die koffers op de kamer droppen dus, om enkele tellen later op het prachtige Armada Terrace plaats te nemen voor een gezellige tête-à-tête. Het uitzicht op de Blauwe Moskee langs de ene zijde en de Zee van Marmara aan de andere is gewoon om van weg te smelten. Al kan dit misschien ook wel aan het plakkerige weertje liggen. Terwijl Russische olietankers in een ware polonaise de Bosporus in en uit dansen, rukken aan het tempo van een radetzkymars rijkelijk gevulde schotels met mezze vanuit de keuken aan. De copieuze schalen met onder meer hummus, falafel en gehaktballetjes dienen we met z’n tweetjes te delen, maar kunnen in mijn ogen minstens een half leger voeden. Met honger van tafel komen is dus onmogelijk. Ook aan de traditionele raki als achterafje ontsnap ik niet, de lokale pastis met een alcoholpercentage van maar liefst 45%. Ik moet er letterlijk tweemaal van slikken, maar het doet mijn rond gegeten buikje alvast gretig gloeien. Van een warme ontvangst gesproken!

“Terwijl Russische olietankers in een ware polonaise de Bosporus in en uit dansen, rukken aan het tempo van een radetzkymars rijkelijk gevulde schotels met mezze vanuit de keuken aan.”

De Leandertoren waakt op een eilandje in de Bosporus
Rijkelijk gevulde schotels met mezze
Het uitzicht over de Zee van Marmara vanaf het Armada Terrace

Basiliek van Koekelberg

De nacht heeft gelukkig al één en ander doen verteren. En dat is nodig ook, want er staat mij een genereus ontbijtbuffet te wachten, eveneens geserveerd op het panoramische dakterras van het Armada Hotel. Wél opletten geblazen voor de meeuwen hier! Ik verlaat gedurende luttele seconden mijn tafel om nog even iets bij te halen, of ik moet van aan het buffet machteloos toekijken hoe mijn croissant er in vogelvlucht vandoor gaat. Die meeuwen hier zijn precies ook wel fan van het sharing food concept. Na een stevig ontbijt vat ik de klim aan naar het historische centrum van Istanboel: Sultanahmet. Kleurige houten huizen en schattige moskeetjes flankeren er de kronkelende kasseistraten die de oude stad zo typeren. Ik heb opnieuw met Zerrin afgesproken op het centrale plein van Sultanahmet, voor een persoonlijke rondleiding in de Aya Sophia. Dit imposante bouwwerk uit de 6e eeuw fungeerde in den beginne eerst een millennium lang als orthodoxe kathedraal, in die tijd de grootste ter wereld. De Basiliek van Koekelberg zou naast dit meesterwerk van eeuwenoude architectuur helemaal in het niets verdwijnen.

“Eenmaal binnen krijg ik haast nekpijn van naar de decametershoge koepel van deze bijna 1500 jaar oude tante te staren.”

De Aya Sophia is één van de relikwieën die uit de periode van het Byzantijnse Rijk stamt, één van de grote wereldordes uit de late oudheid en de daaropvolgende middeleeuwen. Later dan, in de 15e eeuw, werd Istanboel de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. De naam van de stad wijzigde in Constantinopel en de islam maakte er haar intrede als staatsgodsdienst. Op dat moment kreeg de kathedraal een kwartet aan minaretten aangemeten en werd het een moskee. In 1934 raakte de Aya Sophia ook die functie kwijt en ging ze verder door het leven als museum. Maar dat was buiten zittend president Erdogan gerekend, die er in de zomer van 2020 opnieuw een moskee van maakte. Gelukkig kunnen toeristen desondanks nog steeds met volle teugen komen genieten van dit fraai staaltje van werelderfgoed. Bij mijn bezoek in 2018 is de Aya Sophia officieel nog voor even een museum. Eenmaal binnen krijg ik haast nekpijn van naar de decametershoge koepel van deze bijna 1500 jaar oude tante te staren. Aan de muren en op de gewelven pronken restanten van prachtige mozaïeken uit de Byzantijnse tijd en beelden Bijbelse taferelen uit met daarbij heel vaak Jezus in de hoofdrol. Ondanks de termijn van 500 jaar dat de Aya Sophia als moskee door het leven ging, kunnen deze prachtige puzzels van kleurrijke tegeltjes nog altijd in al hun volle glorie bewonderd worden, behalve tijdens islamitische erediensten heden ten dage dan.

De Aya Sophia, met het park van Sultanahmet op de voorgrond
Restanten van Bijbelse mozaïeken, met onderaan rechts hoe het er vroeger uitzag

Op het puntje van de tong

Terug buiten zie ik aan de andere zijde van het plein die andere bekende glunderen: de Moskee van Sultan Ahmet, alias de Blauwe Moskee. Die bijnaam heeft het niet te danken aan zijn allesbehalve blauwe uiterlijk, maar wel aan de vele handgeschilderde blauwe steentjes die het interieur sieren. Maar liefst zes minaretten rijzen in een rechthoekig patroon rondom de moskee uit de grond op. Dat waren er bij de bouw in 1616 evenveel als de grote moskee in Mekka. Daar konden de Arabieren ginds niet bepaald om lachen en voegden daarom prompt een zevende en achtste minaret toe aan hun eigen moskee in de heilige stad Mekka. De urenlange wachtrij voor het ‘blauwe’ huis van Allah doet mijn zin om aan te schuiven wel wat verwateren. Gelukkig heb ik mijn uiterst sympathieke local bij. Zerrin heeft al een alternatief in gedachten en lokt mij mee naar de Süleymaniye-moskee, iets buiten het toeristische hart van Sultanahmet. Deze moskee werd in de 16e eeuw in opdracht van Sultan Süleyman I gebouwd en oogt minstens even indrukwekkend als de Blauwe Moskee. Het is er bovendien stukken rustiger en je kan er meteen naar binnen zonder aan te schuiven. Wél schoenen niet vergeten uit te doen voor het naar binnen gaan!

De Blauwe Moskee
De ingang van de Süleymaniye-moskee
Binnenin de Süleymaniye-moskee

“Deze moskee werd in de 16e eeuw in opdracht van Sultan Süleyman I gebouwd en oogt minstens even indrukwekkend als de Blauwe Moskee.”

Dat Istanboel niet enkel bovengronds over monumenten beschikt, daar getuigt de Yerebatan Sarnici van. Dit antieke waterreservoir uit het jaar 542 beschikt over niet minder dan 336 zuilen en kreeg bijgevolg de bijnaam Basilica Cisterne, letterlijk vertaald als de ‘Waterkelderbasiliek’. Het ideale moment me dunkt om in deze donkere, middeleeuwse watertank af te dalen, want buiten doet de luchtvochtigheid mijn poriën volop in tranen uitbarsten. Het waterpeil in de ‘basiliek’ bedraagt tegenwoordig slechts enkele centimeters meer, nét genoeg om de feeëriek verlichte zuilen als een fata morgana in het wateroppervlak te doen weerspiegelen. Opnieuw bovengronds brengen we nog een bezoek aan het Topkapipaleis, net om de hoek. Eeuwenlang was dit de residentie van de Ottomaanse sultans, nu een museum. Vanaf de privé-tuinen, die op het puntje van de tong van het Sultanahmet-schiereiland hoog boven de Bosporus en Gouden Hoorn genesteld liggen, is het heerlijk genieten van een adembenemende panorama over de stad.

Topkapipaleis met formidabel uitzicht over de Bosporus en Gouden Hoorn

Aladdin

Wie vroeger tussen Azië en Europa handel wou drijven, was geografisch gezien verplicht om via Istanboel te reizen. En dan was de Grote Bazaar hét epicentrum om zaken te doen. Ook nu nog is er veel van die sfeer van weleer blijven hangen. Dit labyrint van tientallen overdekte steegjes met wel honderden winkeltjes katapulteren mij eensklaps naar een wereld van duizend-en-één-nacht. Precies of Aladdin er ieder moment vanuit een nauw zijstraatje kan komen aanspurten, achterna gezeten door de lijfwachten van de sultan. Helaas krijg ik mijn jeugdheld er niet te zien. In plaats van Aladdin zijn het Adidas en andere prularia die er in hun beste plagiaatversie te vinden zijn. Uiteraard beschouwt iedere verkoper mij er als hun beste vriend en willen ze ‘speciaal voor mij’ wel een special price geven. Maar ze boeken helaas voor hen geen succes bij mij. Als je dan tóch niet zou kunnen weerstaan om iets te kopen, vergeet dan zeker niet om af te dingen op de prijs. Naast voetbal de nationale sport in Turkije. Wij nemen plaats bij een klein koffiebarretje middenin de souks, bestellen nog even een Turkse koffie in en observeren er het vermakelijke schouwspel van de levendige bazaar. Na ons shot van haast pure cafeïne begeven we ons richting de kades van Eminönü en gaan er nog even de sfeer opsnuiven in de Egyptische Bazaar, op zoek naar curry, ras el hanout en safraan voor in de keuken thuis. Hier lukt het mij al minder goed om te weerstaan aan al die welriekende, oosterse specerijen.

“Nog even de sfeer opsnuiven in de Egyptische Bazaar, op zoek naar curry, ras el hanout en safraan voor in de keuken thuis.”

Rakieurs en rakieuses

Men zou haast vergeten dat Istanboel, als enige stad ter wereld, verspreid over twee continenten ligt. “Vanavond neem ik je mee naar Azië,” kondigt Zerrin prikkelend aan. Het lijkt zo fabelachtig ver weg, maar is in realiteit slechts enkele honderden meters van ons verwijderd. Sinds 2013 kan men trouwens met de treinen van Marmaray in slechts een paar minuten tijd van Europa naar Azië sporen, onder de Bosporus door. Maar een boottochtje erover heen biedt toch dat tikkeltje meer magie. De antieke ferry meert van de aanlegsteiger in Eminönü af en navigeert zich een weg naar het oosterse continent, tussen de kanjers van zeeschepen door. Van op de achtersteven geniet ik nog even van de ondergaande zon, terwijl het silhouet van een met minaretten bezaaide skyline van Sultanahmet steeds verder weg ebt.

We gaan van boord in Kadiköy. Terwijl Sultanahmet erg toeristisch is, gaat het er in Kadiköy veel volkser aan toe. Op het moment van mijn bezoek is net de periode van de ramadan bezig, de traditionele vastenperiode bij de islam. Na zonsondergang vullen de straten en terrassen van de restaurants zich binnen de kortste keren met moslims voor de iftar, het avondmaal tijdens de ramadan. Zelfs het minder conservatieve deel van de bevolking participeert graag aan het feestgedruis. “De rakieurs en rakieuses zijn daar,” fluistert Zerrin mij toe. “Zij zoeken hun geloof eerder in de raki, in plaats van in de hardleerse islam.” Net zoals de ongesluierde Zerrin trouwens, dat steekt ze niet onder stoelen of banken. Istanboel is nu eenmaal een eigentijdse stad waar conservatieven en progressieven vredig met mekaar samenleven. Wij schuiven mee aan tafel bij Çiya Kebap, volgens Zerrin één van de betere kebabzaken in Istanboel. En gelijk heeft ze! Niet zomaar de kebab zoals wij ze bij ons kennen na een avondje stappen, maar één van een restaurantwaardig niveau. Ook de typische baklava als toetje is om de vingers van af te likken. Het kost mij enige moeite om het nagerecht nog in mijn volle maag te archiveren, maar Zerrin laat mij geen keuze. Het zou te onbeleefd zijn om ook maar één brokje te laten liggen.


Neem zeker ook eens de ferry naar Üsküdar, eveneens aan de Aziatische zijde van de stad, en ga er wat over de Üsküdar Harem Sahil Yolu langsheen de boorden van de Bosporus flaneren. Heel wat inwoners van Istanboel vluchten hierheen om de drukte van de hectische stad even te ontvluchten. Bestel bij één van de vele stalletjes op de promenade een cay (Turkse thee) en vlei je neer op één van de kussens aan de waterkant. Het puike panorama over de Europese oevers van de stad, met in de voorgrond de sprookjesachtige Leandertoren, krijg je er gratis en voor niets bij.


De appendix van de Bosporus

Daags nadien is het moment aangebroken om eens die andere lyrisch klinkende waterweg over te hoppen: de Gouden Hoorn, zeg maar de ‘appendix’ van de Bosporus. Over de Galatabrug heen ruilen we het oude stadsdeel Sultanahmet in voor het modernere district Beyoğlu. Bovenop de brug staat een rij mannen naar verse vis te hengelen. Niet dat de vangst groot is, meer brullende boten dan happende vissen onder de brug, maar Zerrin heeft er een plausibele uitleg voor. “Voor hen is het eerder een uitvlucht… Om even te ontsnappen aan de heerschappij van de vrouw des huizes,” grapt ze. Aan de overzijde van de brug wandelen we de hippe wijk Karaköy in, tijdens de middeleeuwen de woonplaats van heel wat Europese en joodse handelaars. Dat verklaart ook de meer Europese architectuur in barokke en neoklassieke stijl, dit in tegenstelling tot Sultanahmet met haar eerder oosterse karakter. Het doet je her en der zelfs even in Brussel, Praag of Boedapest wanen. Achter de gevels schuilt hier en daar ook een christelijke kerk. Struin in Karaköy zeker eens door Mumhane Caddesi, een straat met een bonte verzameling van eigentijdse koffiebars, cafés en restaurants. Zo is Chez Moi bijvoorbeeld een knusse zaak die je eerder in Parijs dan in Istanboel zou verwachten.

“Bovenop de brug staat een rij mannen naar verse vis te hengelen. Niet dat de vangst groot is, meer brullende boten dan happende vissen onder de brug, maar Zerrin heeft er een plausibele uitleg voor.”

Bier en burgers

Tijd om het wat hogerop te zoeken, richting de bovenstad van Beyoğlu. Mits een goeie conditie kan men de fikse klim te voet aanvatten. Die voert langsheen de iconische Galatatoren, één van landmarks van Istanboel die al zeven eeuwen lang over de Bosporus en de Gouden Hoorn waakt. Zerrin en ikzelf zijn eerder in een luie bui vandaag en opteren voor de Tünel. Naar de oorsprong van de naam voor deze ondergrondse kabelspoorweg uit 1875 is het niet lang gissen. Uniek hieraan is dat deze metro avant la lettre de op één na oudste tunnelspoorweg ter wereld is. Na slechts twee minuten sporen stappen we uit in de drukke Istiklal Caddesi, de Istanboelse versie van de Antwerpse Meir. Een schattig rood trammetje, dat zo uit Lissabon gestolen lijkt te zijn, pendelt stapvoets tussen de winkelende massa. Haast alle internationale kledingmerken kun je in deze populaire winkelstraat terugvinden, en geen namaak deze keer. Mijn volgende slaapplaats ligt hier net om de hoek en is er werkelijk één uit de duizend: Het prominente Pera Palace Hotel, dat een rijk verleden deelt met onder meer schrijfster Agatha Christie en de legendarische Orient-Express.

De bejaarde kabelspoorweg Tünel
De Galatatoren by night
Een antiek trammetje spoort doorheen de drukke Istiklal Caddesi

Wanneer de drukte in de toeristische wijk Sultanahmet naar de avond toe helemaal uitdooft, komt het leven in Beyoğlu pas écht op gang. Dit is voornamelijk te danken aan de vele trendy cafés en restaurants die in de smalle zijstraatjes van de Istiklal Caddesi verborgen zitten. Hier geen traditionele kebab en raki, wel bier en burgers! Wie na een dag slenteren nog voldoende energie op reserve heeft, kan hier nog tot in de vroege uurtjes de beentjes los schudden op het ritme van westerse popmuziek. Ik doe het wat rustiger aan vanavond. Ik blaas de aftocht richting het hotel en geef mij er volledig over aan een traditionele Turkse schuimmassage in de hammam van Pera Spa.

“Zerrin en ikzelf zijn eerder in een luie bui vandaag en opteren voor de Tünel.”

Komen te gaan

Op mijn laatste dag heeft Zerrin nog een bezoek aan het Dolmabahçepaleis in petto. Dit ‘bescheiden’ optrekje aan de oevers van de Bosporus nam vanaf 1856 de rol van het Topkapipaleis over, dat niet meer aan de noden van de toenmalige sultans voldeed. Qua architectuur staan beide royale residenties in opvallend schril contrast met elkaar. Het Topkapipaleis straalt één en al oosterse sfeer uit en beschikt over een eerder sobere binneninrichting, zonder veel tierlantijntjes. Het Dolmabahçepaleis in renaissancestijl daarentegen praalt zowel langs binnen als buiten met een overdosis aan decoraties en bladgoud, waarmee het zo uit Wenen of Versailles geplukt lijkt te zijn. Het complex herbergt onder meer de grootste kroonluchter ter wereld, een geschenk van de Britse koningin Victoria. Maar nog geen eeuw na de oplevering van het paleis was het rijk der Ottomanen uit. Hervormer Atatürk verjoeg de sultans voorgoed het land uit en stichtte in 1922 de moderne republiek Turkije, zoals we die tot op de dag van vandaag kennen. Nieuwbakken president Atatürk verbleef nog regelmatig in het Dolmabahçepaleis, waar hij in 1938 ook is komen te gaan. Sindsdien is het gehele domein een museum en kan zijn kamer bezichtigd worden.

“Dit ‘bescheiden’ optrekje aan de oevers van de Bosporus nam vanaf 1856 de rol van het Topkapipaleis over.”

Voor mij is hierbij helaas ook de tijd gekomen om te gaan, gewoon huiswaarts weliswaar. Ik neem afscheid van Zerrin en het buitengewone Istanboel en keer terug naar de luchthaven waar Atatürk zijn naam aan gaf. Ik onthoud vooral de veelzijdigheid en het lekkere eten dat deze boeiende stad te bieden heeft, maar zeker en vast ook de gastvrijheid van haar inwoners. En dan heb ik het vooral over het aangename gezelschap van Zerrin, die nog lang bij mij zal blijven nazinderen. Het is geen vaarwel, maar een tot binnenkort!


Logeren

Ik verbleef eerst in het charmante viersterrenhotel Armada Old City Hotel, in de oude stad van Istanboel (Sultanahmet). Nadien mocht ik eveneens overnachten in het majesteuze vijfsterrenhotel Pera Palace Hotel, in het moderne stadsdeel Beyoğlu.


Deze trip arrangeren

Erheen

Turkish Airlines vliegt tot viermaal daags rechtstreeks van Brussel naar de nieuwe luchthaven van Istanboel Atatürk, op 45 km van het centrum. Die is in geen geval te verwarren met de oude, die in 2019 definitief de deuren sloot. De vlucht neemt zo’n drie uur in beslag (Skyscanner.nl).

Sinds maart 2020 zijn Belgen vrijgesteld van een visum, bij een verblijf van maximum 90 dagen in Turkije. Een geldige, Belgische identiteitskaart is voldoende.

/ De taxi of een gedeelde transfer is de meest comfortabele manier om van de luchthaven naar het centrum te geraken, en vice versa. Bestel die op voorhand al, bijvoorbeeld via Holidaytaxis. Ter plaatse op de luchthaven proberen opdringerige taxichauffeurs je anders in hun al dan niet officiële taxi te krijgen en rekenen achteraf vaak astronomische bedragen aan voor de rit. Er rijden eveneens rechtstreekse shuttlebussen van de luchthaven naar o.a. het Taksimplein en de Grote Bazaar (Hava.ist). Eenmaal in de stad zijn de voornaamste bezienswaardigheden vlot te voet, met de boot of per tram te bereiken.


Vervoer ter plaatse

De enige tramlijn T1 verbindt op een vlotte manier onder meer de historische wijken en monumenten van Sultanahmet met de benedenstad van Beyoğlu, over de Galatabrug heen en langs de kades van Eminönü en Karaköy, aan weerszijden van die brug. De perrons van de tramhaltes zijn met poortjes afgesloten. Koop een oplaadbare Istanbulkart aan een ticketautomaat of aan een loket bij de metrostations en de grote OV-knooppunten. Doorheen de winkelstraat Istiklal Caddesi rijdt ook nog een toeristisch trammetje, die verder geen noemenswaardige vervoersfunctie heeft.

Een modern tramstel op lijn T1 te Sultanahmet

Twee korte kabelspoorlijnen verbinden de beneden- en bovenstad van Beyoğlu: Karaköy (Galata) – Tünel Meydanı (Pera) en Kabataş – Taksim. Beide dalstations geven aansluiting op de tram. De Istanbulkart is er geldig.

Een scala aan veerdiensten vaart frequent langs en tussen de oevers van de Bosporus en de Gouden Hoorn. Aan Europese zijde kan je onder meer inschepen aan de kades van Eminönü (Sultanahmet), Karaköy, Kabataş, Beşiktaş en Ortaköy, met bestemming Üsküdar of Kadiköy aan de Aziatische kant. De Istanbulkart is geldig op de ferry’s.

Je kan ook onder het water van de Bosporus door tussen Europa en Azië reizen met de treinen van Marmaray, tussen de stations Sirkeci (Sultanahmet) en Üsküdar. Het kost je slechts luttele minuten sporen tussen beide continenten, al is het minder spectaculair dan per ferry. De Istanbulkart is er geldig.

Istanboel beschikt over vier metrolijnen, die voornamelijk in de buitenwijken van de stad liggen. Voor de modale toerist zullen die niet meteen van nut zijn.


Ook dit nog …

Istanboel kan je gans het jaar door bezoeken, al kan het er in de zomer heet worden. In de winter kan er al eens sneeuw vallen. De stad is dus het aangenaamst om te bezoeken in de herfst of de lente, maar dan zijn de kamerprijzen ook op hun hoogst. De luchtvochtigheid is er groot vanwege de nabijheid van de zeeën waar Istanboel tussen gewrongen zit en er staat ook altijd een goed voelbare wind. 


Consumeren

Honger naar meer? Ontdek enkele culinaire tips voor Istanboel op inpakkenenopeten.com!


Congé à volonté

1 reactie op “Buitengewoon Istanboel

  1. Pingback: Istanbul – inpakken en opeten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: