Citytrip In de kijker Reis mee

Twee knusse dagen in Kopenhagen

Een speurtocht naar Scandinavische gezelligheid in de hoofdstad van de 'hygge'.

Op het scharnierpunt tussen westelijk Europa en Scandinavië, daar houdt zich een betoverende stad schuil die geroemd is om haar Carlsberg, smørrebrød en de Kleine Zeemeermin. Ik heb het uiteraard over Denemarkens hoofdstad Kopenhagen. Maar wat mij bovenal intrigeert, is de veelbelovende Scandinavische gezelligheid die men hier zo hoog in het vaandel draagt. ‘Hygge’ noemen de Denen het. Uit te spreken als ‘huuge’. Voor deze tintelende term bestaat er eigenlijk geen letterlijke Nederlandse vertaling, al komt ‘gezelligheid’ wel al aardig in de buurt. En gezellig is het hier wel. Benieuwd hoe die ‘hygge’ zich in de praktijk vertaalt? Wel, scrol dan gerust maar wat verder en vergezel mij virtueel voor een tweedaags uitje naar het knusse Kopenhagen.

De stralende najaarszon, die af en toe verlegen vanachter een wolk komt piepen, doet mijn gezicht gezellig gloeien bij het binnen kuieren van Indre By, het knusse stadscentrum van Kopenhagen. Met de Strøget als haar slagader is dit hier de place to be voor het nodige winkelplezier. Wie Denemarken zegt, denkt ongetwijfeld ook aan LEGO. De verleiding is mij dan ook te groot om zomaar voorbij te lopen aan de flagship store van één van ’s werelds grootste speelgoedfabrikanten. De kleurrijke silo’s boordevol plastic bouwstenen en de stapels bouwpakketten katapulteren mij er stante pede terug naar mijn kindertijd. Ik kan niet zeggen hoe vaak de vloer van mijn slaapkamer in complete steden van LEGO transformeerde, wat me bij een nachtelijk toiletbezoek ook meermaals pijnlijke voeten opleverde. Herkenbaar?

De Rundetårn (Ronde Toren)
Het stadhuis (Rådhus) van Kopenhagen

“Op het eerste zicht ziet deze kokervormige toren uit de 17e eeuw er niet erg spectaculair uit, ware het niet dat je de 35 meter hoge toren niet per trap, maar via een spiraalvormige helling beklimt.”

Ik weersta met glans aan de LEGO-koopdrang en huppel met vooralsnog fitte voetzolen verder doorheen de Strøget. Op het Amagertorvplein met haar fraaie, klaterende fontein sla ik dan linksaf de Købmagergade in. Hoe dieper ik deze slingerende straat in waad, hoe jonger de mensen rondom mij. Niet verwonderlijk, daar ik de universiteit beetje bij beetje nader. Dat verklaart hier wellicht ook de vele hippe koffiebars die overkoken van de hygge onder de jeugdige studenten. Het straatbeeld in de Købmagergade wordt verder aangevuld met de Rundetårn (Ronde Toren). Op het eerste zicht ziet deze kokervormige toren uit de 17e eeuw er niet erg spectaculair uit, ware het niet dat je de 35 meter hoge toren niet per trap, maar via een spiraalvormige helling beklimt. Eenmaal per jaar organiseert men er zelfs wedstrijden voor eenwielers.

Smørrebrod

Via het Kultorvetplein beland ik aan de Nørreport, de denkbeeldige poort naar de noordelijke buitenwijken van Kopenhagen: Nørrebro. Iets voorbij de Nørreport strompel ik met reeds licht knorrende maag de fraaie Torvehallern binnen, een moderne markthal die voornamelijk uit glas bestaat. Binnenin zwaait een scala aan eenvoudige eetkraampjes de scepter. Hun rijkelijk aangevulde koeltoonbanken bulken van smakelijk smørrebrod, dé Deense klassieker als lunch. Ik begin er al instant van te watertanden. Smørrebrod omvat een schel beboterd roggebrood met een topping van gerookte zalm, rosbief of heel wat ander lekkers. Niet zo duur hier, onweerstaanbaar lekker en gezellig tussen de lokale bevolking. Mijn eerste echte kennismaking met de Deense hygge is een feit.

“Hun rijkelijk aangevulde koeltoonbanken bulken van smakelijk smørrebrod, dé Deense klassieker als lunch. Ik begin er al instant van te watertanden.”

Smørrebrod vind je gegarandeerd ook bij de vele restaurants in Nyhavn. Al betaal je je daar wel blauw voor zo’n lichte lunch. En dat is ergens ook wel wat te verwachten. Google even ‘Kopenhagen’ op je computer of smartphone en je zal merken dat het gros van de gebaarde afbeeldingen op je scherm de idyllische kades van Nyhavn illustreert. Deze schilderachtige locatie behoort dan ook met recht en rede tot één van de kroonjuwelen van Kopenhagen. Antieke zeilschepen dobberen er feeëriek in het water tegen een achtergrond van eeuwenoude, pastelkleurige gevels. Niet verwonderlijk dus dat het hier wemelt van de toeristen en de bijgevolg veel te dure eetgelegenheden. Maar mooi is het wel.

De kleurrijke kades van Nyhavn

Canal Grande

Nog steeds likkebaardend van mijn verrukkelijke portie smørrebrod flaneer ik verder doorheen de stad. En dan ineens, tussen het drukke autoverkeer door, zie ik 22 gewapende, perfect in het gareel marcherende mannen voorbij paraderen. Ze zijn allen onberispelijk uitgedost met een beeldig uniform: een hemelsblauwe broek met verticale, witte streep, een donkerblauwe knoopjas en een joekel van een zwarte berenmuts op het hoofd. Het gaat om leden van de kongelige livgarde, de koninklijke wacht. Ze reppen zich naar kasteel Amalienborg, de residentie van de Deense vorstin Margrethe II. Dagelijks op de middag vindt de wissel van de wacht er plaats. Als een wesp achter een blik frisdrank vlieg ik hen gezwind achterna, want dit ‘spektakel’ wil ik voor geen geld missen. Eens aangekomen bij Amalienborg walsen de wachters in een houterige choreografie het achthoekige binnenplein rond en vervangen één voor één hun collega’s. Na een klein half uur verlaat een nieuw samengesteld groepje dan het plein om opnieuw geruisloos in het verkeer te vervagen. Het doet me wat denken aan de aflossing van de wacht bij het Londense Buckingham Palace, maar dan met bakken minder kijklustigen.

“En dan ineens, tussen het drukke autoverkeer door, zie ik 22 gewapende, perfect in het gareel marcherende mannen voorbij paraderen.”

Amalienborg situeert zich op de westeroever van een brede waterweg die de stad van noord naar zuid doorklieft. Aan de overzijde van dit Kopenhaagse ‘Canal Grande’ pronkt de futuristisch ogende Opera, die met haar imposante dakconstructie een romantische serenade aan Amalienborg lijkt te brengen. Wat verderop langsheen het water geen serenades meer, maar wel een sirene. Ik heb het uiteraard over de Kleine Zeermeermin (Den Lille Havfrue), het hoofdpersonage uit het wereldberoemde sprookje van Hans Christian Andersen én tevens de bekendste inwoonster van Kopenhagen. Vanop haar rots in het water zit ze al meer dan honderd jaar roerloos over de haven uit te staren. Bij momenten is het er drummen geblazen om met de bronzen deerne op de foto te gaan, ook al is het beeld niet veel groter dan Manneken Pis. Maar wie Kopenhagen bezoekt, is er nu eenmaal op gebrand om een glimp van deze mysterieuze sprookjesfiguur op te vangen. En ik dus ook.

Het futuristische Operagebouw van Kopenhagen
De Kleine Zeemeermin
De gele waterbus van transportbedrijf Movia

Na mijn korte tête-à-tête met de Kleine Zeemeermin vaar ik over het ‘Canal Grande’ terug richting centrum. De stad valt overigens ook erg goed te bewonderen vanop het water. Vermijd in dat geval de prijzige, toeristische rondvaartboten en opteer zoals ik voor de gele waterbus van vervoersmaatschappij Movia. Voor de prijs van een buskaartje doorkruis je vlot de stad van noord naar zuid, met onderweg tal van op- en afstapplaatsen. Bezienswaardigheden als de Opera, Nyhavn en de Koninklijke Bibliotheek (Det Kongelige Bibliotek) glijden zo als vissen in een aquarium aan m’n zicht voorbij. De Koninklijke Bibliotheek, die men vanwege haar opvallende uiterlijk ook wel eens de Zwarte Diamant noemt, is ook de plaats waar ik van boord ga. Ik ben aangespoeld op Slotsholmen, een klein eiland te midden van de stad dat niet alleen het historische hart van Kopenhagen markeert, maar tevens het politieke. Het neobarokke Slot Christiansborg verschaft er immers onderdak aan het Deense parlement, de Folketing, en fungeerde bijgevolg ook als decor van de populaire tv-reeks Borgen. Dit politieke drama rond de fictieve Deense premier Birgitte Nyborg en haar entourage was ook bij ons een hit.

Slot Christiansborg

Stairway to heaven

De ochtend nadien laat ik het klassieke Kopenhagen enigszins achterwege en leg mijn focus op de wat meer excentrieke buurten. Ik start de dag achter het centraal station, in het ‘Meatpacking District’ (Kødbyen). Dit vroegere slachthuizencomplex liet enkele jaren terug het bloedvergieten voor wat ze was en ontpopte zich intussen tot een trendy buurt met hippe boetiekjes, eigenzinnige kunstateliers en gezellige restaurants overladen met hygge. Op zondag is de parking van Kødbyen ook vaak het terrein van een kleine markt met streetfood, cocktails en tweedehandskledij. En ik heb geluk, want toevallig is dat vandaag. Leuk om er even rond te snuisteren naar wat nieuwe hebbedingen, of gewoon om even te genieten van een smakelijk hapje en drankje.

“Je kan er naar believen hasjiesj en canabiskoekjes kopen zoals groenten en fruit bij ons in de buurtwinkel.”

Van hipsters naar hippies dan. Daarvoor steek ik het ‘Canal Grande’ over naar Christianshavn, een merkwaardige wijk in het oosten van de stad. Dooraderd van enkele pittoreske kanalen doet Christianshavn best wel wat aan Amsterdam denken. En niet alleen de kanalen… Een opmerkelijke hoekje hier is de zelfverklaarde Vrijstad Christiania, een in 1970 opgerichte commune van krakers, hippies en anarchisten die er de soevereiniteit van de Deense staat verwerpen. Decennialang al bezet men er ongegeneerd de krakemikkige gebouwen van een voormalige militaire kazerne, waarvan de muren inmiddels met een kleurrijke laag graffiti beklad werden. Je kan er naar believen hasjiesj en canabiskoekjes kopen zoals groenten en fruit bij ons in de buurtwinkel. Christiania’s bijnaam luidt dan ook niet voor niets ‘Green Light District’. Op enkele zeldzame razzia’s na laten de Deense autoriteiten hen hier overigens gewoon begaan, om zo de drugscriminaliteit letterlijk binnen de perken te houden en de rest van de stad van deze hippiepraktijken te vrijwaren. Christiania is vrij toegankelijk en beslist eens het tripje waard. Al is het maar om er gewoon eens de gemoedelijke sfeer te komen opsnuiven. Hygge om high van te worden dus.

De voormalige vleeshuizen van Kødbyen
Christianshavn lijkt met z’n pittoreske kanalen wat weg te hebben van Amsterdam
Christiania, het ‘Green Light District’ van Kopenhagen

Maar helemaal high word ik pas wanneer ik Christiania terug buiten ben. Centraal in Christianshavn tooit de Verlosserskerk (Vor Frelsers Kirke) er de skyline namelijk met een wel erg opmerkelijke kerktoren. Vooral de beklimming ervan vormt een unieke ervaring. Als een speelse spiraal wentelt het bovenste deel van de torentrap zich een weg omhoog rond de buitenzijde van de torenspits, tot die letterlijk doodloopt tegen de vergulde bol op de piek, 90 meter boven de begane grond. ‘Stairway to heaven‘ in realiteit zowaar. Niet voor mensen met hoogtevrees, maar het uitzicht over Kopenhagen is er fenomenaal. En bij goed weer ontwaar je van hieruit zelfs de kilometerslange brug over de Øresund en de Zweedse stad Malmö, aan de overzijde van die zeestraat.

” ‘Stairway to heaven‘ in realiteit zowaar. Niet voor mensen met hoogtevrees, maar het uitzicht over Kopenhagen is er fenomenaal.”

Een pareltje van een pretpark

De klok tikt inmiddels 15u30 aan op deze eerste novemberdag, hét moment dat de duisternis zich hier op 55 graden noorderbreedte stilaan meester maakt van het wegkwijnende daglicht. Ik ruil Christianshavn opnieuw in voor de binnenstad van Kopenhagen. Tijd voor een portie avontuur in Tivoli, een pareltje van een pretpark dat zich al sinds 1843 tussen het centraal station en het stadhuis in nestelt. Qua oppervlakte is Tivoli niet veel groter dan een gemiddeld stadspark, maar het biedt desondanks voldoende stof tot een avond vol vertier. En bovendien organiseert het park tijdens mijn bezoek enkele nocturnes, ter gelegenheid van het griezelfeest Halloween. Het park is daarbij geopend tot laat op de avond. Honderden uitgeholde pompoenen en maar liefst 115.000 gloeilampen meten het park alvast een sp(r)ookjesachtig jasje aan. Een monsterlijk staaltje van huiveringwekkende hygge!

Een treinstel van de bejaarde achtbaan Rutschebanen bolt het station binnen, met in het midden van het stel een remmer
De hoofdingang van Tivoli werd helemaal in thema getooid
De prachtig verlichte loopings van rollercoaster Dæmonen weerspiegelen feeëriek in het water

Maar Tivoli zou geen attractiepark zijn mochten er geen attracties zijn. Eén van de toppers is de duizelingwekkende rollercoaster Dæmonen, die mij met behulp van z’n ijzingwekkende loopings en een topsnelheid van 77 km/u helemaal ondersteboven haalt. Maar dé grote ster van Tivoli is toch wel de bejaarde Rutschebanen. Deze houten achtbaan uit 1914 moet qua temperament absoluut niet zwichten voor zijn jongere soortgenoten, want het gaat er best wel wild aan toe. Trouwens, het speciale aan deze antieke kermisattractie is dat er op ieder treinstel ook een remmer aanwezig is. Met beide handen stevig rond een hendel regelt hij of zij de snelheid van het treinstel en voorkomt zo mogelijke ontsporingen of een aanrijding met de voorligger. Nu enkel maar hopen dat ónze remmer van dienst ook niet zonet in Christiania vertoefde…

“Tijd voor een portie avontuur in Tivoli, een pareltje van een pretpark dat zich al sinds 1843 tussen het centraal station en het stadhuis in nestelt.”


Logeren

Ik verbleef in Kopenhagen in het uitstekende hostel Urban House Copenhagen by Meininger.


Deze trip arrangeren

Erheen

Een treinreis van Brussel naar Kopenhagen neemt ruim 13 uur in beslag, met een overstap in Keulen en Hamburg (bahn.de). In 2020 is men begonnen aan de bouw van de 18 kilometer lange Fehmarntunnel, tussen Duitsland en Denemarken, wat de reistijd ten vroegste vanaf 2026 nog met enkele uren zal inkorten. Er is verder ook sprake om vanaf 2022 een nachttrein tussen Brussel en Malmö op de sporen te brengen, via Kopenhagen. Op die manier zal men in de nabije toekomst ook (opnieuw) ’s nachts naar de Deense hoofdstad kunnen sporen.

Brussels Airlines en SAS vliegen meermaals per dag rechtstreeks en tegen een goedkope prijs tussen Brussel (Zaventem) en Kopenhagen. Met Ryanair kan het nog goedkoper, maar dan vanuit Charleroi, tot vijf keer per week. Een enkele vlucht neemt iets meer dan anderhalf uur tijd in beslag. Vanaf de luchthaven van Kopenhagen (Kastrup) bereik je vlot het centrum met de trein (Øresundtog) tot København H of metrolijn M2 tot station Christianshavn, Kongens Nytorv of Nørreport. De moderne luchthaven van Kopenhagen is enorm. Reken voor je terugreis dus voldoende tijd in om je naar de gate te begeven, want die afstand kan soms erg groot zijn.

Een treinstel van de Deense spoorwegmaatschappij DSB in het centraal station van Kopenhagen (København H)

Vervoer ter plaatse

Het centrum van Kopenhagen is compact, grotendeels autovrij en bijgevolg gemakkelijk te voet te verkennen. Tussen Christianshavn en Indry By (de binnenstad) overspannen enkele bruggen het brede kanaal dat de stad doorsnijdt, zodat je ook vlot naar het oosten van de stad kan wandelen.

Fiets is koning in Kopenhagen, dus dit kan misschien ook wel een leuke manier zijn om de stad wat sneller te verkennen.

Voor de prijs van een busticket (24 Deense Kronen, ± 3,20 Euro) doorkruis je vlot de stad met de gele waterbussen van Movia: Van Refshaleøen in het noorden tot Teglholmen in het zuiden (lijn 992) en omgekeerd (lijn 993). De waterbus vaart in iedere richting om het half uur. Er zijn meerdere aanlegplaatsen langsheen het grote kanaal, zoals bij de Opera, Nyhavn en de Koninklijke Bibliotheek. Tip: je kan ook gewoon op de boot blijven zitten tot je terug aan de steiger bent waar je initieel aan boord ging. Op die manier geniet je van een mooie rondvaart door Kopenhagen tegen een scherpe prijs!

Kopenhagen beschikt over een volautomatisch metronetwerk bestaande uit vier lijnen. In principe heb je als toerist de metro niet echt nodig, tenzij om eventueel van en naar de luchthaven te reizen.


Cultuur & avontuur

De Rundetårn is dagelijks geopend van 10u tot 20u. Voor een standaardticket betaal je 40 Deense Kronen (± 5,30 Euro). Exclusief de eenwieler welteverstaan (rundetaarn.dk).

Toegang tot de spiraalvormige toren van de Verlosserskerk (Vor Frelsers Kirke) bedraagt eveneens 40 Deense Kronen (± 5,30 Euro). De toren is open voor het publiek van 10u tot 16u, in de zomermaanden (mei-september) van 9u30 tot 19u. Op zon- en feestdagen gaat de toren pas open om 10u30, het hele jaar door.

Voor de toegang tot het park van Tivoli betaalt een volwassene op weekdagen 135 Deense Kronen (± 18,15 Euro), in het weekend 145 Deense Kronen (± 19,50 Euro). Maar daarmee verkrijg je enkel toegang tot het park zelf. Wil je een ritje maken op één van de attracties, dan dien je daarvoor bij te betalen. Dat kan rit per rit afzonderlijk, maar het loont de moeite om naast je toegangsticket ook een ‘Unlimited Ride Ticket’ voor 245 Deense Kronen (± 33 Euro) per volwassene aan te kopen. Daarmee kan je een ganse dag onbeperkt gebruik maken van alle attracties (tivoligardens.com).

Ook dit nog …

Kopenhagen is allesbehalve goedkoop. En bij uitbreiding gans Denemarken. En gans Scandinavië. Voor een lokaal pilsje tel je al snel 7 Euro neer en op restaurant moet je meestal op minimum 50 Euro per persoon rekenen. Ten zuiden van de Strøget, tussen Nytorv en Amagertov, biedt de Kompagnistræde een ruime keuze aan ‘betaalbare’ cafés. Heel wat onder hen organiseren in de vooravond overigens een happy hour, wat het voor de portemonnee al iets interessanter maakt. Hoewel Denemarken tot zowel de Europese Unie als de Schengenzone behoort, is de lokale munteenheid er nog steeds de Deense Kroon (DKK). 1 Kroon is ongeveer 0,13 Euro waard (berekend op 13 april 2021).


Dineren

Een must do om uit eten te gaan is BioMio Organic Bistro, afgekort BOB. Dit knusse restaurant is gevestigd in een oude elektrozaak in het Meatpacking District (Kødbyen). Je herkent het restaurant al van ver dankzij de grote, neonverlichte letters ‘BOSCH’ op de voorgevel. Net zoals buiten werd ook binnenin het industriële karakter enigszins behouden. In het midden van het restaurant pronkt de grote, open keuken, waar je de chefs druk in de weer kan zien met het tevoorschijn toveren van heerlijke gerechten. En zoals de naam van het restaurant al doet vermoeden, zijn die gerechten vooral van biologische aard, met tevens heel wat vegetarische opties in het gamma. Leuk detail op de menukaart: Je kan er ook prison food bestellen, plat of spuitwater met brood (focaccia) en olijfolie. Ik ging dan toch maar voor de kabeljauw, die trouwens erg lekker was.

Van een heel ander allooi is Flammen, een Deense keten van restaurants met een ruim assortiment aan verrukkelijk vlees vanop de grill. Voor een vaste prijs van 209 Deense Kronen (± 28 Euro) per persoon, 229 Deense Kronen (± 31 Euro) in het weekend, kan je hier genieten van een all-you-can-eatbuffet met verschillende soorten vleesbereidingen. Drank is niet in deze prijs inbegrepen. Kopenhagen beschikt over twee Flammen-filialen. Ik ging eten bij die in de H.C. Andersens Boulevard, vlakbij Tivoli (restaurant-flammen.dk).

Mag het ietsje meer zijn? Dan kan je misschien wel opteren voor sterrenrestaurant Noma. Als je geldbeugel het zich kan permitteren op z’n minst. Maar liefst twee Michelinsterren telt dit toprestaurant, met aan het roer de wereldvermaarde sterrenchef René Redzepi. Noma verliet in 2018 zijn oorspronkelijke locatie, in een oud pakhuis in Christianshavn, en verhuisde naar een nieuwe spot met serreachtige constructies, gelegen op de oude fortengordel in het noordoosten van de stad, vlakbij de Opera (noma.dk).

BioMio Organic Bistro, afgekort BOB, gevestigd in een oude elektrozaak in het Meatpacking District (Kødbyen)

Congé à volonté

0 reacties op “Twee knusse dagen in Kopenhagen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: